Jan Jansen koninklijk onderscheiden 20 augustus 2018

 

Foto: Dolinda Dupont

Foto: Dolinda Dupont

Jan Jansen: hij was en is een bekende bewoner van Utrecht. Niet alleen als architect van vele gebouwen in de stad, maar ook – na zijn pensioen – als een gedreven vrijwilliger bij tal van vrijwilligersorganisaties. Alles bij elkaar leidde dit tot een koninklijke onderscheiding van Jan op de ochtend van 20 augustus jl. Op die dag benoemde Jan van Zanen hem tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

NPD-strook
‘Als architect heeft Jan heeft al die jaren vooral iets met stenen gehad. Maar natuurlijk ook met de mensen achter die stenen, de Utrechters ’, zo begon de burgemeester zijn speech ter gelegenheid van de uitreiking in de statige Regentenzaal het Bartholomeus Gasthuis aan de Lange Smeestraat.
Daarna volgde een opsomming van alle activiteiten waarbij Jan betrokken is. In zijn werkende leven was Jan hoofd van Volkshuisvesting en Monumenten bij gemeente Utrecht. In zijn vrije tijd was hij onder meer stadsgids bij de VVV, schrijver van vele verhalen met bekende en minder bekende Utrechters in ‘De Oud Utrechter’ en, niet in de laatste plaats, is hij al een aantal jaren bestuurslid van de Advies Commissie Ouderen. In die laatste rol was hij vooral actief op het gebied van seniorenhuisvesting. Hij heeft er onder andere voor gezorgd hij dat er 900 levensloopbestendige appartementen komen op het terrein van de voormalige Nationale Pakket Dienst in Overvecht, onder insiders de NPD-strook genoemd. Jan zette zich met hart en ziel in voor geschikte huisvesting van senioren in de stad. En met succes.
Afscheid
Op dinsdag 21 augustus heeft de Adviescommissie Ouderen afscheid van hem genomen. Jan heeft te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Hij is zijn vele vrijwilligersactiviteiten aan het afbouwen. ‘Maar hij blijft zich betrokken en verantwoordelijk voelen voor de stad en zijn bewoners, en dat zal hij zolang mogelijk volhouden, zo verzekerde hij. De Adviescommissie dankt Jan voor alles wat hij betekent en gedaan heeft en wensen hem veel sterkte de komende tijd.

Marianne Coopmans, bestuur ACO

Jaarverslag 2017

Het jaar 2017 is een zeer bewogen ACO-jaar gebleken. Een jaar waarin het bestaansrecht van de ACO besproken is en de doelen in ons werkplan opnieuw zijn vastgesteld. De positie van ouderen in Utrecht verandert met de veranderende samenleving mee.

Lees hieronder het volledige jaarverslag

Jaarverslag 2017

Themabijeenkomst MNU presentatie nieuwbouw NPD strook 21 maart 2018

Op woensdag 21 maart 2018 heeft het Maatschappelijk Netwerk Utrecht een themabijeenkomst georganiseerd waarbij het nieuwbouwproject op de NPD strook is gepresenteerd.

Het verslag en de presentatie van de Gemeente Utrecht vindt u hieronder:

Verslag themabijeenkomst NPD strook

Presentatie Gemeente Utrecht

 

Themabijeenkomst rekenkamerrapport Langer zelfstandig Thuis Wonen 23 januari 2018

Op dinsdag 23 januari 2018 heeft de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid Utrecht een themabijeenkomst georganiseerd over de resultaten van het onderzoek ‘Langer zelfstandig thuis wonen’.

Het verslag en de presentatie van de Gemeente Utrecht vindt u hieronder:

Verslag themabijeenkomst Rekenkamerrapport LZTW

Powerpointpresentatie ACO LZTW

 

 

Advies en reactie op betere informatievoorziening aan laaggeletterdheid

Naar aanleiding van de themabijeenkomst in mei 2017 gewijd aan laaggeletterdheid en analfabetisme en met name over de gevolgen daarvan op het gebied van gezondheid, is er een advies uitgebracht aan de Gemeente Utrecht.

Het advies vanuit de ACO en de reactie van de Gemeente Utrecht kunt u hieronder teruglezen:

Advies betere informatievoorziening aan laaggeletterden

Reactie op advies over betere informatievoorzieing aan laaggeletterden

Gezellig, goed en goedkoop eten in jouw buurt?

Er zijn verschillende plekken waar je goedkoop en goed kunt eten. En waar je anderen/buurtgenoten makkelijk kunt ontmoeten. De Adviescommissie voor het Ouderenbeleid (ACO) kregen veel signalen dat deze niet-commerciële eetgelegenheden vaak niet bekend zijn bij ouderen. Daarom zijn al deze gelegenheden in de stad Utrecht geïnventariseerd. Per buurt zijn er flyers gemaakt, zodat iedereen – of je nu alleen gaand bent of niet- deze eetgelegenheden kan vinden. Plaatsen waar je buurtgenoten kunt ontmoeten en gezellig samen kunt eten!

“Het is toch te gek dat ouderen zoals ik niet weten waar je goed en goedkoop kunt eten! Waar je buurtgenoten kunt ontmoeten en samen gezellig kan gaan eten!” Die vragen stelde mevrouw Nel Scholten aan de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid (ACO). Een van de vele signalen die de ACO de afgelopen tijd binnen kreeg. Diverse eettafels of andere gezamenlijke eetplekken bleken te zijn opgeheven of veranderd. De plekken die er wel zijn, blijken lang niet altijd bekend te zijn bij ouderen. Terwijl hieraan wel behoefte is.

Daarom heeft de ACO een inventarisatie gemaakt van alle niet-commerciële eetgelegenheden in de stad Utrecht. Daarvan zijn per buurt flyers gemaakt, met informatie over plaats, tijden, prijzen, telnummers etc. etc. U vindt de flyers op de website van ACO

Deze flyers zijn te vinden bij de buurtteams, wijkbureaus, huisartsen, huiskamers, kerken etc.. Op plekken waar veel ouderen komen. Daarnaast is alle informatie te vinden op de Flyers zijn te krijgen via info@aco.nl of tel: 06-30329231. Klopt er iets niet? Dan graag doorgeven aan U-centraal ugids@u-centraal.nl

——————————————————————————————————————–

Gezamelijke reactie op nota uitgangspunten sociaal makelaar

logo cosbo 39705 solgu logo keuzeLogo ACO 211 x 110

Algemeen
Enkele jaren geleden zijn er grote wijzigingen ingevoerd op het werkterrein van de vroegere welzijnswerkers in de buurtcentra. Per wijk zijn er vervolgens enkele nieuwe organisaties ingezet die de functie van ‘sociaal makelaars’ invulden op grond van het “Vernieuwend Welzijn”-beleid. Deze organisaties worden bekostigd uit het Wmo-budget van de gemeente.
Uit tussentijds onderzoek (onder professionals en bewoners) bleek dat er veel mooie dingen ontstaan zijn, maar dat er ook verwarring was over taken/rollen en samenwerking. Sociaal makelaars waren niet zichtbaar genoeg en de organisatie rondom buurthuizen verliep niet overal vlekkeloos. Er zou meer ruimte moeten komen om het werk in te vullen per buurt, afhankelijk van de situatie ter plekke. En ook nu nog zijn er knelpunten: verschillen in aanpak van de organisaties, rolonduidelijkheden en de soms moeizame samenwerking met andere partijen.
COSBO heeft zich destijds kritisch uitgelaten over het zogeheten “Vernieuwend Welzijn” en de daarmee gepaard gaande organisatorische gevolgen. We zagen voor ouderen veel verloren gaan: vaste ontmoetingsplekken en dagopvang, minder inzet van professionals in het welzijnswerk, verlies van bekende gezichten in de buurt (ook vrijwilligers haakten af). En vooral: werd er niet teveel gerekend op de zelfredzaamheid en eigen kracht, op vrijwilligerswerk en informele zorg? Verder waren wij bezorgd over de mate van cultuursensitiviteit van de sociaal makelorganisaties in de wijken waar veel migranten wonen. Het is nog te vroeg om te zeggen of het “Vernieuwend Welzijn” nu als geslaagd of als mislukt beschouwd moet worden, maar onze zorgen over het adequaat bereiken en passend ondersteunen van bepaalde groepen inwoners zijn niet echt verdwenen.
Onze contacten met sociaal makelaars bevestigden dat er zijn zeker ouderen buiten beeld geraakt zijn in de periode van grote en snelle veranderingen. En ook bleek het best moeilijk om ouderen en migranten te bereiken. Maar per wijk en per sociaal makelaar verschillen de resultaten. Niettemin is het goed dat de sociale wijkanalyse de brede basis/het vertrekpunt vormt voor het werk van de sociaal makelaars en de samenwerking met andere organisaties. De sociale wijkanalyse geeft immers inzicht in de sterke en zwakke kanten van elke wijk.
Om vanuit deze analyse te kunnen werken, moeten de doelen en taken van de sociaal makelaars voor iedereen duidelijk zijn. Wat kan een wijkbewoner van een sociaal makelaar verwachten? Gesproken wordt van ‘ondersteunen’, ‘bijdragen leveren’, ‘faciliteren’, ‘versterken’ etc. Dit klinkt wat passief, de bewoners doen zelf het werk. Meer outreachend werken van de sociaal makelaars, de bewoners achter de deuren leren kennen, wordt gemist. Een nog actievere benadering van de sociaal makelaars kan nodig zijn, zeker wanneer een wijk meer dan gemiddeld te maken heeft met lastige problemen, zoals eenzaamheid.

Uitgangspuntennota
Over de Uitgangspuntennota voor de aanbesteding 2019-2024 zijn we in algemene zin positief. We stellen vast dat de gemeente veel tijd en energie heeft gestoken in het monitoren van de organisaties om beleid in relatie tot de praktijk te kunnen toetsen. Veel van wat daarmee is opgehaald bij professionals en bewoners is meegenomen in de nieuwe plannen.

Wij zijn vooral positief over:
– Langere looptijd van de nieuwe opdracht (6 jaar) aan slechts één partij, gelijk oplopend met de aanbesteding voor buurtteams.
– Erkenning noodzaak tot betere samenwerking met buurtteams en zorgverleners in de wijk (4-hoek), b.v. het afleggen van huisbezoeken aan ouderen i.s.m. huisartsen.
– De ruimte om minder krachtige wijken meer te ondersteunen dan de sterkere wijken, tevens rekening houdend met groeiende wijken als Leidsche Rijn.
– Streven naar behoud van bestaande gezichten / continuïteit in de wijken.
– Oog voor inclusief en cultuursensitief werken.

Maar er zijn ook vragen en opmerkingen:
1. Wat zijn t.z.t. de werkelijke personele consequenties als er een nieuwe aanbieder komt of samenwerkingsverband van bestaande organisaties? Wanneer een andere organisatie de opdracht krijgt  of in een wijk actief wordt, zouden de medewerkers in principe ‘overgenomen’ moeten worden.
2. Bij de ‘leidende principes’ staat als laatste genoemd: lerende professionals. Neem als uitgangspunt dat zij ‘het klappen van de zweep kennen’, dus genoeg ervaring hebben en deskundigheid  bezitten.
3. Het is voor ons niet goed duidelijk hoe e.e.a. budgettair precies zit en wat dit daadwerkelijk zal betekenen voor het werk van de sociaal makelaars.
4. Is ook in de ‘sterkere’ wijken met meer bewonersinitiatieven genoeg basis om voor langere termijn verzekerd te zijn van bv vrijwilligersinzet of informele zorg? Wellicht een onderzoek waard.
5. Het is onduidelijk wanneer men wel of niet ondersteuning van een sociaal makelaar mag verwachten. Onbekend is dan ook hoeveel bewoners in de afgelopen jaren geen gehoor hebben gevonden  voor hun ideeën en initiatieven in de buurt. Er is het nodige bekend over wel gerealiseerde initiatieven, maar het kan goed zijn om ook bij te houden wat geen steun of financiering heeft gekregen  (en waarom) of welke projecten na verloop van tijd op niets zijn uitgelopen.
6. Ten aanzien van ‘inclusiviteit’ en ‘verbinding’: mensen met een lichamelijke beperking worden hierbij niet expliciet genoemd, wel andere ‘kwetsbare’ groepen die in het vizier zijn. Ervoor zorgen  dat niemand zich buitengesloten voelt, betekent op de eerste plaats dat bijvoorbeeld de Huiskamers en buurtcentra goed toegankelijk moeten zijn. En benoem bijvoorbeeld in de wijkanalyses  expliciet de groepen die specifieke/extra aandacht en inzet vergen, zoals vluchtelingen, of ouderen die weinig buiten de deur komen.
7. Voorkom bij nauwere samenwerking tussen organisaties in de wijken en buurten dat men onderling gaat concurreren: maak expliciete afspraken over taken en rollen.
8. Overwogen wordt om sociaal makelaars een informatievoorzieningstaak te geven. Al tijden pleit de ACO voor een informatiepunt, fysiek in iedere wijk. Het is niet duidelijk waarom die taak juist bij  de sociaal makelaars terecht zou moeten komen. Dit vraagt nadere uitwerking, waar wij graag over meedenken.

——————————————————————————————————————–

 

 

 

Inbreng vanuit de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid voor het verkiezingsprogramma 2018

Leidraad voor ACO inbreng voor Verkiezingsprogramma’s
“Utrecht, inspirerende stad voor jong en oud!” (juli 2017)
Utrecht is een aantrekkelijke stad met een grote diversiteit aan inwoners, voorzieningen en mogelijkheden. Een stad waar jongeren, starters, gezinnen met kinderen én ouderen willen wonen. Een stad die – omgekeerd – ook bewoners met diverse achtergronden en van alle leeftijden ook nodig heeft om aantrekkelijk te blijven.
Ouderen dragen bij aan de stad met veel vrijwilligerswerk, mantelzorg, als drijvende krachten bij bijvoorbeeld sportverenigingen etc.. Sommige culturele activiteiten ‘draaien’ zelfs op ouderen. Zij hebben vaak met meer tijd en geld.
Bovendien hebben ouderen levenservaring die van belang is voor anderen, voor jongeren. Daarom is het belangrijk om ouderen voor én in de stad te houden! Jonge en oudere ouderen, actieve en meer afhankelijke ouderen, met een dikke en smalle beurs, met een Nederlandse afkomst of van elders.

‘De oudere bestaat niet’. Wie zijn eigenlijk ‘de ouderen’? Wat willen zij?
De oude slogan: ‘Je bent zo oud als jij je voelt’ geeft goed weer dat ‘de oudere’ niet bestaat. Het is merkwaardig dat bij velen er onbewust nog steeds het beeld leeft van ziek, zwak en misselijk, van mensen die geholpen moeten worden, van mensen die rust. willen en eigenlijk niet in de binnenstad willen/kunnen wonen. Terwijl iedereen vanuit zijn/haar omgeving weet dat ouderen niet de ouderen van vroeger zijn die vanaf hun pensioen uitkeken naar een verzorgingshuis. Dat is verleden tijd. De huidige 60 jarigen zijn de 40-ers van vroeger en de huidige 70-jarigen de 50-ers van vroeger etc. En toch blijven deze stereotype beelden over hulpbehoevende ouderen hardnekkig bestaan.
Zelfregie en zelfredzaamheid is bij veel ouderen aanwezig. Juist de overheid moet dit stimuleren door randvoorwaarden te creëren waardoor ouderen de zelfregie ook kunnen pakken. Geen afwachtende overheid, maar een inspirerende overheid!

Wel zijn er verschillen per wijk/buurt, grote verschillen zelfs. Dat hangt samen met opleiding, verschil in inkomen, kansen in de samenleving etc. Deze tweedeling moet worden tegengegaan. Geen standaardoplossingen dus, maar meer maatwerk en inspelen op de wensen, behoefte en ook de kracht van ouderen zelf. Ook meer wijk/buurt gericht.
De diversiteit onder ouderen is groter dan in welke leeftijdsgroep dan ook.
Maatwerk is daarom nodig, daarbij uitgaande van de behoefte, wensen en kracht van ouderen zelf!

Utrechtse samenleving transformeert
Utrecht groeit sterk de komende decennia. Het aantal mensen boven de 60 verdubbelt
(ca. 70.000 in 2040). Deze groep groeit harder in Utrecht dan welke andere leeftijdsgroep. Landelijk stijgt het aantal tot 25%. Het aantal ouderen (60+) in Utrecht groeit tot ruim 20%.
Zo’n aantal verandert de samenleving drastisch. Ook de Utrechtse samenleving.
Zeker omdat ouderen langer actief zijn, zo lang mogelijk zelfstandig thuis moeten en willen blijven wonen. Ook het landelijk en Utrechts beleid is hierop gericht. Intramurale zorg is nog slechts beschikbaar voor mensen met een zware zorgvraag.

Deze fundamentele wijziging betekent niet alleen een verandering van wonen en zorg. Het zelfstandig thuis blijven wonen tot opname in een verpleeghuis onontkoombaar is, verandert in wezen de hele samenleving, op alle aspecten, op alle terreinen. Gesproken kan worden van een transformatie.
Ouderen nemen meer de eigen regie in handen en nemen (actief) deel aan de samenleving. Maar hoe krachtig mensen ook zijn, in de loop van de jaren vermindert deze kracht. Afhankelijkheid neemt toe, mobiliteit neemt af, na ziekte of ongeval is het herstel langzaam en minder goed etc.. Wanneer en de wijze waarop deze ‘overgangsperiode’ verloopt, verschilt per persoon. bij de een sneller, dan bij de ander. Opleidingsniveau, woonomgeving en sociale contacten spelen hierbij een belangrijke rol.

Met name op deze fase moeten ouderen zelf, maar ook de samenleving, maatschappelijke organisaties én de lokale overheid inspelen, nog meer dan in de afgelopen 4 jaar! Daarbij is ons adagium:
Behoud ouderen voor én in de Utrechtse samenleving, zorg voor geschikte woningen.

Kort gezegd:
De groep ouderen (60+) in Utrecht verdubbeld de komende decennia (ca. 70.000 in 2040. Zij blijven zelfstandig wonen en leven, dragen op allerlei wijzen bij aan de kwaliteit van de stad. Een meerwaarde waardoor de kwaliteit van de stad wordt verhoogd. Geef extra aandacht aan deze groep in alle facetten van beleid zodat zij Utrecht versterken!

Centraal staat de vraag:
– Wat moet er op lokaal niveau de komende jaren gebeuren om de toenemende groep
senioren voor de stad te behouden?
Of anders gezegd:
– Aan welke voorwaarden moeten de stad, de wijken voldoen om ouderen werkelijk
zelfstandig te laten wonen en actief te laten mee doen aan de samenleving?

1. Integrale benadering, ook politiek!
Wonen is – zeker naar mate men ouder wordt- meer dan een woning. Als je jong bent en studeert, maken de woning en de situering niet veel uit. Werk staat immers centraal en als er kinderen zijn, de nabijheid van school etc.. Naar mate men ouder wordt – en zeker als het ‘werkzame leven’ is beëindigd – komt de woning en de woonomgeving steeds meer op nummer een te staan. Sterker nog, ouderen zijn veel meer dan jongeren/werkenden afhankelijk van de kwaliteit van de woning en de directe woonomgeving, van de buurt voor sociale contacten, van welzijns-en zorgvoorzieningen, winkels in de nabijheid én zeker van toegankelijk, maar ook bereikbaar openbaar vervoer. Daarbij moet worden beseft dat de actieradius voor veel ouderen in de loop van de jaren in het algemeen steeds kleiner wordt. Houdt daarom rekening met ‘rollator afstand’=350 meter.
In toenemende mate wordt bij ouder het merendeel van de dag doorgebracht in en om de woning. De kwaliteit en de bereikbaarheid van de hiervoor genoemde voorzieningen bepalen steeds meer de kwaliteit van leven.
Dit vergt een samenhangende benadering, een samenhangend beleid van de gemeente op wijk/buurtniveau. Een benadering waarbij het wonen centraal staat en vandaaruit een veilige en levensloopbestendige woonomgeving, voldoende en goed bereikbare en beschikbare voorzieningen en ontmoetingsruimten, die de sociale contacten bevorderen.
Daarom pleit de ACO voor:
Een samenhangende aanpak, ambtelijk én politiek: een coördinerende wethouder.

2. Toegankelijke informatie
De afgelopen jaren is digitale informatie hard toegenomen, ook bij de gemeente. Op zich begrijpelijk en gemakkelijk. Toch is alom bekend dat een groep inwoners dit niet kan bijbenen (ca. 30%) door geen of beperkte taal- en computervaardigheden.
Hoe groot de groep precies is, weet niemand, maar dat ouderen een niet gering deel hiervan uitmaken, dat staat vast.
Aan de andere kant is er een groot aanbod van activiteiten voor ouderen om dit gat op te vullen. De bekendheid van deze en andere goede initiatieven schiet echter te kort. Dat vermindert de participatie en versterkt o.a. de eenzaamheid. Ook kan gebrek aan informatie leiden tot verslechtering van de inkomenssituatie omdat men regelingen misloopt die juist voor hen zijn bedoeld.
Daarom pleit de ACO voor:
– het creëren door de gemeente van een informatiepunt per wijk, zowel fysiek, als telefonisch bereikbaar, waar ouderen (maar ook anderen) terecht kunnen met vragen (in welke taal dan ook) over activiteiten en gemeentelijke regelingen (armoederegelingen), computerhulp, goedkope eetgelegenheden, wandelgroepen, voorzieningen enzovoort, enzovoort. Een soort wijk-VVV.

3. Voor zelfstandig wonen is meer nodig dan een dak boven je hoofd
Een woning is voor veel ouderen – en ook voor mensen met een beperking –   een plek/een thuis waar mensen zich veilig en krachtig voelen. Ouderen en vooral zorgbehoevende ouderen verblijven steeds meer tijd in hun woning en in hun directe leefomgeving. Hun wereld wordt ‘sluipenderwijs’ steeds kleiner. De afhankelijkheid van de kwaliteit van de woning en de leefomgeving neemt daarom toe.

Essentieel is natuurlijk een goed toegankelijkheid van de woning en voldoende ruimte in de woning om adequate zorg te krijgen (levensloopgeschikt). Maar ook een inspirerende woonomgeving, ontmoetingsmogelijkheden, voorzieningen incl. vervoersmogelijkheden zijn onontbeerlijk voor ouderen om ‘automatisch’ te blijven participeren in de buurt/wijk en stad Utrecht. Om sociale contacten te behouden en nieuwe te krijgen. Randvoorwaarden die ‘als vanzelf’ uitnodigen tot zelfstandigheid, het houden van de eigen regie en participatie versterken.
Bij elke bouwontwikkeling moet daarom bij een Stedelijk Programma van Eisen (St.PvE), ook een Maatschappelijk PvE komen.

Woonservice zones of ‘Welkome wijken’ per wijk moeten weer nieuw leven worden ingeblazen. Vanaf 2019 moet vanwege de inwerkingtreding van de Woonomgevingswet bovendien voor iedere wijk een woonomgevingsvisie worden ontwikkeld samen met bewoners. Combineer deze zaken in een visie waarin tegelijk de woningbehoefte van ouderen goed en concreet in beeld worden gebracht en vraag en aanbod op elkaar kan worden afgestemd.

Daarom pleit de ACO voor:
– Het opnemen van een Maatschappelijk PvE bij een Stedelijk PvE bij het ontwikkelen van bouwlocaties op geschikte locaties.
– Breidt de binnenkort verplichte ‘Woonvisie’ uit naar een woon-voorzieningen-omgevingswijzers (WVO-wijzers) voor iedere wijk, met aandacht voor verschillen in achtergrond/cultuur van ouderen.

Concrete voorstellen
Het ACO-pleidooi om integraal afwegingen te maken en beleid te ontwikkelen zal niet op korte termijn zijn effect hebben.
Daarom vragen wij ook aandacht voor diverse  concrete onderwerpen om problemen te voorkomen die de komende jaren aandacht vragen.

Wonen: Voer motie 2015/39 echt uit!
–  Geef locaties in het Meerjaren Perspectief Stedelijke Ontwikkeling (MPSO) aan die geschikt  voor huisvesting voor ouderen, met zorgmogelijkheid. (KANSENKAART SENIOREN)
– Werk plannen voor deze locaties uit met bewoners/initiatiefgroepen etc.
– Stimuleer wooninitiatieven van bewoners (voer motie 2015/39 uit).
– Verplicht een Maatschappelijk PvE bij het StPvE’s voor deze locaties en stel deze op met betrokkenen/betrokkenorganisaties (ouderen, ACO, COSBO, Solgu (MNU ) e.d).
– Verplicht woningcorporaties en andere bouwers tot toegankelijk (ver)bouwen zowel in
als naar de woning en woonomgeving.(recente nieuwbouw is nog steeds niet voor iedereen  toegankelijk). Voer motie 39 uit!
– Verduidelijk daarvoor de definities van rollator en rolstoeltoegankelijkheid en levensloopbestendigheid/-geschiktheid) samen met betrokken organisaties en woningcorporaties.  (eenduidigheid van begrippen is nodig!)
– Stel een toegankelijkheidspanel of zo in die alle plannen én de uitvoering op
toegankelijkheid beoordeelt en bewaakt
– Stimuleer (ook jongere) ouderen na te denken over hun woontoekomst/-carrière).Breid
daarvoor keukentafelgesprekken over Hulp bij het Huishouden uit met  component wonen.
– Bouw woningen flexibel zodat deze geschikt (te maken) zijn ook voor andere bewoners.
– Kom met een Verhuisadviseur voor alle senioren (huur en koopsector).
– Onderzoek de noodzaak en mogelijkheid van de ‘Blijvers-lening’ voor ouderen die hun woning willen aanpassen.
– Onderzoek versimpeling/verduidelijking/versnelling van aanvraagprocedures voor woningaanpassingen binnen en buiten de WMO.

Woonomgeving/participatie
– Organiseer ‘buurtschouwen’ om obstakels voor mensen die slecht ter been zijn uit de weg te ruimen of te voorkomen en kom met/behoud een budget hiervoor per wijk.
– Creëer leestafels ter versterking van de saamhorigheid
– Plaats bankjes om bij een wandeling even te kunnen uitrusten (plan deze samen met bewoners; zij weten waar deze nodig zijn; te koppelen aan de ‘ buurtschouw’).
– Maak buitenontmoetingsplaatsen: jeu de boules-banen, permanente speeltafel (dammen, schaken, mens erger je niet of ganzenbord), buitentoestellen voor simpele oefeningen
– Verbeter de straatverlichting (om veilig over straat te kunnen)

Zorg/welzijn/participatie
– Voorkom wisselingen door periodieke aanbestedingen; kennen en gekend worden is van belang voor alle wijk/buurtbewoners, vooral ouderen.
– Kom met andere vormen van ondersteuning van mantelzorgers (vanuit behoefte).
– Blijf aandringen op versterking van de bekendheid van Buurtteams.
– Creëer informatiepunt (VVV) bij plekken waar veel ouderen komen.
– Houdt de stedelijke specialistische ketenzorg, ook voor dementie in stand.
– Zorg voor meer bekendheid over (beginnende) dementie en opvang van mensen met dementie en hun partners/verzorgers; stimuleer/experimenteer met een dementievriendelijke wijk

Openbaar en aanvullend vervoer/participatie
– Voer 350 m grens (rollator afstand) in voor openbaar vervoer (en ander voorzieningen).
– Onderzoek de mogelijkheid van ‘sprinterbussen’ naast de snelle bussen (zoals bij de NS) of anders aanvullend maatwerkvervoer voor de wijk/buurt zoals buurtmobiel in Overvecht en ook zijn er  goede voorbeelden in andere gemeenten. (Het OV bedrijf financiert in diverse gemeenten aanvullend vervoer).

——————————————————————————————————————–