Advies en reactie op betere informatievoorziening aan laaggeletterdheid

Naar aanleiding van de themabijeenkomst in mei 2017 gewijd aan laaggeletterdheid en analfabetisme en met name over de gevolgen daarvan op het gebied van gezondheid, is er een advies uitgebracht aan de Gemeente Utrecht.

Het advies vanuit de ACO en de reactie van de Gemeente Utrecht kunt u hieronder teruglezen:

Advies betere informatievoorziening aan laaggeletterden

Reactie op advies over betere informatievoorzieing aan laaggeletterden

Gezamelijke reactie op nota uitgangspunten sociaal makelaar

logo cosbo 39705 solgu logo keuzeLogo ACO 211 x 110

Algemeen
Enkele jaren geleden zijn er grote wijzigingen ingevoerd op het werkterrein van de vroegere welzijnswerkers in de buurtcentra. Per wijk zijn er vervolgens enkele nieuwe organisaties ingezet die de functie van ‘sociaal makelaars’ invulden op grond van het “Vernieuwend Welzijn”-beleid. Deze organisaties worden bekostigd uit het Wmo-budget van de gemeente.
Uit tussentijds onderzoek (onder professionals en bewoners) bleek dat er veel mooie dingen ontstaan zijn, maar dat er ook verwarring was over taken/rollen en samenwerking. Sociaal makelaars waren niet zichtbaar genoeg en de organisatie rondom buurthuizen verliep niet overal vlekkeloos. Er zou meer ruimte moeten komen om het werk in te vullen per buurt, afhankelijk van de situatie ter plekke. En ook nu nog zijn er knelpunten: verschillen in aanpak van de organisaties, rolonduidelijkheden en de soms moeizame samenwerking met andere partijen.
COSBO heeft zich destijds kritisch uitgelaten over het zogeheten “Vernieuwend Welzijn” en de daarmee gepaard gaande organisatorische gevolgen. We zagen voor ouderen veel verloren gaan: vaste ontmoetingsplekken en dagopvang, minder inzet van professionals in het welzijnswerk, verlies van bekende gezichten in de buurt (ook vrijwilligers haakten af). En vooral: werd er niet teveel gerekend op de zelfredzaamheid en eigen kracht, op vrijwilligerswerk en informele zorg? Verder waren wij bezorgd over de mate van cultuursensitiviteit van de sociaal makelorganisaties in de wijken waar veel migranten wonen. Het is nog te vroeg om te zeggen of het “Vernieuwend Welzijn” nu als geslaagd of als mislukt beschouwd moet worden, maar onze zorgen over het adequaat bereiken en passend ondersteunen van bepaalde groepen inwoners zijn niet echt verdwenen.
Onze contacten met sociaal makelaars bevestigden dat er zijn zeker ouderen buiten beeld geraakt zijn in de periode van grote en snelle veranderingen. En ook bleek het best moeilijk om ouderen en migranten te bereiken. Maar per wijk en per sociaal makelaar verschillen de resultaten. Niettemin is het goed dat de sociale wijkanalyse de brede basis/het vertrekpunt vormt voor het werk van de sociaal makelaars en de samenwerking met andere organisaties. De sociale wijkanalyse geeft immers inzicht in de sterke en zwakke kanten van elke wijk.
Om vanuit deze analyse te kunnen werken, moeten de doelen en taken van de sociaal makelaars voor iedereen duidelijk zijn. Wat kan een wijkbewoner van een sociaal makelaar verwachten? Gesproken wordt van ‘ondersteunen’, ‘bijdragen leveren’, ‘faciliteren’, ‘versterken’ etc. Dit klinkt wat passief, de bewoners doen zelf het werk. Meer outreachend werken van de sociaal makelaars, de bewoners achter de deuren leren kennen, wordt gemist. Een nog actievere benadering van de sociaal makelaars kan nodig zijn, zeker wanneer een wijk meer dan gemiddeld te maken heeft met lastige problemen, zoals eenzaamheid.

Uitgangspuntennota
Over de Uitgangspuntennota voor de aanbesteding 2019-2024 zijn we in algemene zin positief. We stellen vast dat de gemeente veel tijd en energie heeft gestoken in het monitoren van de organisaties om beleid in relatie tot de praktijk te kunnen toetsen. Veel van wat daarmee is opgehaald bij professionals en bewoners is meegenomen in de nieuwe plannen.

Wij zijn vooral positief over:
– Langere looptijd van de nieuwe opdracht (6 jaar) aan slechts één partij, gelijk oplopend met de aanbesteding voor buurtteams.
– Erkenning noodzaak tot betere samenwerking met buurtteams en zorgverleners in de wijk (4-hoek), b.v. het afleggen van huisbezoeken aan ouderen i.s.m. huisartsen.
– De ruimte om minder krachtige wijken meer te ondersteunen dan de sterkere wijken, tevens rekening houdend met groeiende wijken als Leidsche Rijn.
– Streven naar behoud van bestaande gezichten / continuïteit in de wijken.
– Oog voor inclusief en cultuursensitief werken.

Maar er zijn ook vragen en opmerkingen:
1. Wat zijn t.z.t. de werkelijke personele consequenties als er een nieuwe aanbieder komt of samenwerkingsverband van bestaande organisaties? Wanneer een andere organisatie de opdracht krijgt  of in een wijk actief wordt, zouden de medewerkers in principe ‘overgenomen’ moeten worden.
2. Bij de ‘leidende principes’ staat als laatste genoemd: lerende professionals. Neem als uitgangspunt dat zij ‘het klappen van de zweep kennen’, dus genoeg ervaring hebben en deskundigheid  bezitten.
3. Het is voor ons niet goed duidelijk hoe e.e.a. budgettair precies zit en wat dit daadwerkelijk zal betekenen voor het werk van de sociaal makelaars.
4. Is ook in de ‘sterkere’ wijken met meer bewonersinitiatieven genoeg basis om voor langere termijn verzekerd te zijn van bv vrijwilligersinzet of informele zorg? Wellicht een onderzoek waard.
5. Het is onduidelijk wanneer men wel of niet ondersteuning van een sociaal makelaar mag verwachten. Onbekend is dan ook hoeveel bewoners in de afgelopen jaren geen gehoor hebben gevonden  voor hun ideeën en initiatieven in de buurt. Er is het nodige bekend over wel gerealiseerde initiatieven, maar het kan goed zijn om ook bij te houden wat geen steun of financiering heeft gekregen  (en waarom) of welke projecten na verloop van tijd op niets zijn uitgelopen.
6. Ten aanzien van ‘inclusiviteit’ en ‘verbinding’: mensen met een lichamelijke beperking worden hierbij niet expliciet genoemd, wel andere ‘kwetsbare’ groepen die in het vizier zijn. Ervoor zorgen  dat niemand zich buitengesloten voelt, betekent op de eerste plaats dat bijvoorbeeld de Huiskamers en buurtcentra goed toegankelijk moeten zijn. En benoem bijvoorbeeld in de wijkanalyses  expliciet de groepen die specifieke/extra aandacht en inzet vergen, zoals vluchtelingen, of ouderen die weinig buiten de deur komen.
7. Voorkom bij nauwere samenwerking tussen organisaties in de wijken en buurten dat men onderling gaat concurreren: maak expliciete afspraken over taken en rollen.
8. Overwogen wordt om sociaal makelaars een informatievoorzieningstaak te geven. Al tijden pleit de ACO voor een informatiepunt, fysiek in iedere wijk. Het is niet duidelijk waarom die taak juist bij  de sociaal makelaars terecht zou moeten komen. Dit vraagt nadere uitwerking, waar wij graag over meedenken.

——————————————————————————————————————–

 

 

 

Inbreng vanuit de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid voor het verkiezingsprogramma 2018

Leidraad voor ACO inbreng voor Verkiezingsprogramma’s
“Utrecht, inspirerende stad voor jong en oud!” (juli 2017)
Utrecht is een aantrekkelijke stad met een grote diversiteit aan inwoners, voorzieningen en mogelijkheden. Een stad waar jongeren, starters, gezinnen met kinderen én ouderen willen wonen. Een stad die – omgekeerd – ook bewoners met diverse achtergronden en van alle leeftijden ook nodig heeft om aantrekkelijk te blijven.
Ouderen dragen bij aan de stad met veel vrijwilligerswerk, mantelzorg, als drijvende krachten bij bijvoorbeeld sportverenigingen etc.. Sommige culturele activiteiten ‘draaien’ zelfs op ouderen. Zij hebben vaak met meer tijd en geld.
Bovendien hebben ouderen levenservaring die van belang is voor anderen, voor jongeren. Daarom is het belangrijk om ouderen voor én in de stad te houden! Jonge en oudere ouderen, actieve en meer afhankelijke ouderen, met een dikke en smalle beurs, met een Nederlandse afkomst of van elders.

‘De oudere bestaat niet’. Wie zijn eigenlijk ‘de ouderen’? Wat willen zij?
De oude slogan: ‘Je bent zo oud als jij je voelt’ geeft goed weer dat ‘de oudere’ niet bestaat. Het is merkwaardig dat bij velen er onbewust nog steeds het beeld leeft van ziek, zwak en misselijk, van mensen die geholpen moeten worden, van mensen die rust. willen en eigenlijk niet in de binnenstad willen/kunnen wonen. Terwijl iedereen vanuit zijn/haar omgeving weet dat ouderen niet de ouderen van vroeger zijn die vanaf hun pensioen uitkeken naar een verzorgingshuis. Dat is verleden tijd. De huidige 60 jarigen zijn de 40-ers van vroeger en de huidige 70-jarigen de 50-ers van vroeger etc. En toch blijven deze stereotype beelden over hulpbehoevende ouderen hardnekkig bestaan.
Zelfregie en zelfredzaamheid is bij veel ouderen aanwezig. Juist de overheid moet dit stimuleren door randvoorwaarden te creëren waardoor ouderen de zelfregie ook kunnen pakken. Geen afwachtende overheid, maar een inspirerende overheid!

Wel zijn er verschillen per wijk/buurt, grote verschillen zelfs. Dat hangt samen met opleiding, verschil in inkomen, kansen in de samenleving etc. Deze tweedeling moet worden tegengegaan. Geen standaardoplossingen dus, maar meer maatwerk en inspelen op de wensen, behoefte en ook de kracht van ouderen zelf. Ook meer wijk/buurt gericht.
De diversiteit onder ouderen is groter dan in welke leeftijdsgroep dan ook.
Maatwerk is daarom nodig, daarbij uitgaande van de behoefte, wensen en kracht van ouderen zelf!

Utrechtse samenleving transformeert
Utrecht groeit sterk de komende decennia. Het aantal mensen boven de 60 verdubbelt
(ca. 70.000 in 2040). Deze groep groeit harder in Utrecht dan welke andere leeftijdsgroep. Landelijk stijgt het aantal tot 25%. Het aantal ouderen (60+) in Utrecht groeit tot ruim 20%.
Zo’n aantal verandert de samenleving drastisch. Ook de Utrechtse samenleving.
Zeker omdat ouderen langer actief zijn, zo lang mogelijk zelfstandig thuis moeten en willen blijven wonen. Ook het landelijk en Utrechts beleid is hierop gericht. Intramurale zorg is nog slechts beschikbaar voor mensen met een zware zorgvraag.

Deze fundamentele wijziging betekent niet alleen een verandering van wonen en zorg. Het zelfstandig thuis blijven wonen tot opname in een verpleeghuis onontkoombaar is, verandert in wezen de hele samenleving, op alle aspecten, op alle terreinen. Gesproken kan worden van een transformatie.
Ouderen nemen meer de eigen regie in handen en nemen (actief) deel aan de samenleving. Maar hoe krachtig mensen ook zijn, in de loop van de jaren vermindert deze kracht. Afhankelijkheid neemt toe, mobiliteit neemt af, na ziekte of ongeval is het herstel langzaam en minder goed etc.. Wanneer en de wijze waarop deze ‘overgangsperiode’ verloopt, verschilt per persoon. bij de een sneller, dan bij de ander. Opleidingsniveau, woonomgeving en sociale contacten spelen hierbij een belangrijke rol.

Met name op deze fase moeten ouderen zelf, maar ook de samenleving, maatschappelijke organisaties én de lokale overheid inspelen, nog meer dan in de afgelopen 4 jaar! Daarbij is ons adagium:
Behoud ouderen voor én in de Utrechtse samenleving, zorg voor geschikte woningen.

Kort gezegd:
De groep ouderen (60+) in Utrecht verdubbeld de komende decennia (ca. 70.000 in 2040. Zij blijven zelfstandig wonen en leven, dragen op allerlei wijzen bij aan de kwaliteit van de stad. Een meerwaarde waardoor de kwaliteit van de stad wordt verhoogd. Geef extra aandacht aan deze groep in alle facetten van beleid zodat zij Utrecht versterken!

Centraal staat de vraag:
– Wat moet er op lokaal niveau de komende jaren gebeuren om de toenemende groep
senioren voor de stad te behouden?
Of anders gezegd:
– Aan welke voorwaarden moeten de stad, de wijken voldoen om ouderen werkelijk
zelfstandig te laten wonen en actief te laten mee doen aan de samenleving?

1. Integrale benadering, ook politiek!
Wonen is – zeker naar mate men ouder wordt- meer dan een woning. Als je jong bent en studeert, maken de woning en de situering niet veel uit. Werk staat immers centraal en als er kinderen zijn, de nabijheid van school etc.. Naar mate men ouder wordt – en zeker als het ‘werkzame leven’ is beëindigd – komt de woning en de woonomgeving steeds meer op nummer een te staan. Sterker nog, ouderen zijn veel meer dan jongeren/werkenden afhankelijk van de kwaliteit van de woning en de directe woonomgeving, van de buurt voor sociale contacten, van welzijns-en zorgvoorzieningen, winkels in de nabijheid én zeker van toegankelijk, maar ook bereikbaar openbaar vervoer. Daarbij moet worden beseft dat de actieradius voor veel ouderen in de loop van de jaren in het algemeen steeds kleiner wordt. Houdt daarom rekening met ‘rollator afstand’=350 meter.
In toenemende mate wordt bij ouder het merendeel van de dag doorgebracht in en om de woning. De kwaliteit en de bereikbaarheid van de hiervoor genoemde voorzieningen bepalen steeds meer de kwaliteit van leven.
Dit vergt een samenhangende benadering, een samenhangend beleid van de gemeente op wijk/buurtniveau. Een benadering waarbij het wonen centraal staat en vandaaruit een veilige en levensloopbestendige woonomgeving, voldoende en goed bereikbare en beschikbare voorzieningen en ontmoetingsruimten, die de sociale contacten bevorderen.
Daarom pleit de ACO voor:
Een samenhangende aanpak, ambtelijk én politiek: een coördinerende wethouder.

2. Toegankelijke informatie
De afgelopen jaren is digitale informatie hard toegenomen, ook bij de gemeente. Op zich begrijpelijk en gemakkelijk. Toch is alom bekend dat een groep inwoners dit niet kan bijbenen (ca. 30%) door geen of beperkte taal- en computervaardigheden.
Hoe groot de groep precies is, weet niemand, maar dat ouderen een niet gering deel hiervan uitmaken, dat staat vast.
Aan de andere kant is er een groot aanbod van activiteiten voor ouderen om dit gat op te vullen. De bekendheid van deze en andere goede initiatieven schiet echter te kort. Dat vermindert de participatie en versterkt o.a. de eenzaamheid. Ook kan gebrek aan informatie leiden tot verslechtering van de inkomenssituatie omdat men regelingen misloopt die juist voor hen zijn bedoeld.
Daarom pleit de ACO voor:
– het creëren door de gemeente van een informatiepunt per wijk, zowel fysiek, als telefonisch bereikbaar, waar ouderen (maar ook anderen) terecht kunnen met vragen (in welke taal dan ook) over activiteiten en gemeentelijke regelingen (armoederegelingen), computerhulp, goedkope eetgelegenheden, wandelgroepen, voorzieningen enzovoort, enzovoort. Een soort wijk-VVV.

3. Voor zelfstandig wonen is meer nodig dan een dak boven je hoofd
Een woning is voor veel ouderen – en ook voor mensen met een beperking –   een plek/een thuis waar mensen zich veilig en krachtig voelen. Ouderen en vooral zorgbehoevende ouderen verblijven steeds meer tijd in hun woning en in hun directe leefomgeving. Hun wereld wordt ‘sluipenderwijs’ steeds kleiner. De afhankelijkheid van de kwaliteit van de woning en de leefomgeving neemt daarom toe.

Essentieel is natuurlijk een goed toegankelijkheid van de woning en voldoende ruimte in de woning om adequate zorg te krijgen (levensloopgeschikt). Maar ook een inspirerende woonomgeving, ontmoetingsmogelijkheden, voorzieningen incl. vervoersmogelijkheden zijn onontbeerlijk voor ouderen om ‘automatisch’ te blijven participeren in de buurt/wijk en stad Utrecht. Om sociale contacten te behouden en nieuwe te krijgen. Randvoorwaarden die ‘als vanzelf’ uitnodigen tot zelfstandigheid, het houden van de eigen regie en participatie versterken.
Bij elke bouwontwikkeling moet daarom bij een Stedelijk Programma van Eisen (St.PvE), ook een Maatschappelijk PvE komen.

Woonservice zones of ‘Welkome wijken’ per wijk moeten weer nieuw leven worden ingeblazen. Vanaf 2019 moet vanwege de inwerkingtreding van de Woonomgevingswet bovendien voor iedere wijk een woonomgevingsvisie worden ontwikkeld samen met bewoners. Combineer deze zaken in een visie waarin tegelijk de woningbehoefte van ouderen goed en concreet in beeld worden gebracht en vraag en aanbod op elkaar kan worden afgestemd.

Daarom pleit de ACO voor:
– Het opnemen van een Maatschappelijk PvE bij een Stedelijk PvE bij het ontwikkelen van bouwlocaties op geschikte locaties.
– Breidt de binnenkort verplichte ‘Woonvisie’ uit naar een woon-voorzieningen-omgevingswijzers (WVO-wijzers) voor iedere wijk, met aandacht voor verschillen in achtergrond/cultuur van ouderen.

Concrete voorstellen
Het ACO-pleidooi om integraal afwegingen te maken en beleid te ontwikkelen zal niet op korte termijn zijn effect hebben.
Daarom vragen wij ook aandacht voor diverse  concrete onderwerpen om problemen te voorkomen die de komende jaren aandacht vragen.

Wonen: Voer motie 2015/39 echt uit!
–  Geef locaties in het Meerjaren Perspectief Stedelijke Ontwikkeling (MPSO) aan die geschikt  voor huisvesting voor ouderen, met zorgmogelijkheid. (KANSENKAART SENIOREN)
– Werk plannen voor deze locaties uit met bewoners/initiatiefgroepen etc.
– Stimuleer wooninitiatieven van bewoners (voer motie 2015/39 uit).
– Verplicht een Maatschappelijk PvE bij het StPvE’s voor deze locaties en stel deze op met betrokkenen/betrokkenorganisaties (ouderen, ACO, COSBO, Solgu (MNU ) e.d).
– Verplicht woningcorporaties en andere bouwers tot toegankelijk (ver)bouwen zowel in
als naar de woning en woonomgeving.(recente nieuwbouw is nog steeds niet voor iedereen  toegankelijk). Voer motie 39 uit!
– Verduidelijk daarvoor de definities van rollator en rolstoeltoegankelijkheid en levensloopbestendigheid/-geschiktheid) samen met betrokken organisaties en woningcorporaties.  (eenduidigheid van begrippen is nodig!)
– Stel een toegankelijkheidspanel of zo in die alle plannen én de uitvoering op
toegankelijkheid beoordeelt en bewaakt
– Stimuleer (ook jongere) ouderen na te denken over hun woontoekomst/-carrière).Breid
daarvoor keukentafelgesprekken over Hulp bij het Huishouden uit met  component wonen.
– Bouw woningen flexibel zodat deze geschikt (te maken) zijn ook voor andere bewoners.
– Kom met een Verhuisadviseur voor alle senioren (huur en koopsector).
– Onderzoek de noodzaak en mogelijkheid van de ‘Blijvers-lening’ voor ouderen die hun woning willen aanpassen.
– Onderzoek versimpeling/verduidelijking/versnelling van aanvraagprocedures voor woningaanpassingen binnen en buiten de WMO.

Woonomgeving/participatie
– Organiseer ‘buurtschouwen’ om obstakels voor mensen die slecht ter been zijn uit de weg te ruimen of te voorkomen en kom met/behoud een budget hiervoor per wijk.
– Creëer leestafels ter versterking van de saamhorigheid
– Plaats bankjes om bij een wandeling even te kunnen uitrusten (plan deze samen met bewoners; zij weten waar deze nodig zijn; te koppelen aan de ‘ buurtschouw’).
– Maak buitenontmoetingsplaatsen: jeu de boules-banen, permanente speeltafel (dammen, schaken, mens erger je niet of ganzenbord), buitentoestellen voor simpele oefeningen
– Verbeter de straatverlichting (om veilig over straat te kunnen)

Zorg/welzijn/participatie
– Voorkom wisselingen door periodieke aanbestedingen; kennen en gekend worden is van belang voor alle wijk/buurtbewoners, vooral ouderen.
– Kom met andere vormen van ondersteuning van mantelzorgers (vanuit behoefte).
– Blijf aandringen op versterking van de bekendheid van Buurtteams.
– Creëer informatiepunt (VVV) bij plekken waar veel ouderen komen.
– Houdt de stedelijke specialistische ketenzorg, ook voor dementie in stand.
– Zorg voor meer bekendheid over (beginnende) dementie en opvang van mensen met dementie en hun partners/verzorgers; stimuleer/experimenteer met een dementievriendelijke wijk

Openbaar en aanvullend vervoer/participatie
– Voer 350 m grens (rollator afstand) in voor openbaar vervoer (en ander voorzieningen).
– Onderzoek de mogelijkheid van ‘sprinterbussen’ naast de snelle bussen (zoals bij de NS) of anders aanvullend maatwerkvervoer voor de wijk/buurt zoals buurtmobiel in Overvecht en ook zijn er  goede voorbeelden in andere gemeenten. (Het OV bedrijf financiert in diverse gemeenten aanvullend vervoer).

——————————————————————————————————————–

Inbreng ACO bij RIA over uitvoeringsplan Stedelijke Agenda Ouderen (2 juni 2016)

Logo ACO 211 x 110

Inbreng Adviescommissie Ouderenbeleid (ACO) bij RIA over Uitvoeringsplan Stedelijke Agenda Ouderen d.d. 2 juni 2016.

Bijna een jaar geleden hebben de gemeente en Zilveren Kruis de Stedelijke Agenda Ouderen 2016-2018 vastgesteld.
Daarmee beoogden zij een aanzet te geven voor vernieuwing van de ondersteuning en zorg voor ouderen, voor welke opgave beide (en het zorgkantoor) staan. Het doel was is dat iedereen in Utrecht vitaal ouder kan worden, maar ook goed kan blijven wonen als je kwetsbaarder wordt.
vitaal. Voor 2018 is en zestal beoogde resultaten benoemd.

In de loop van het jaar zijn thema’s/projecten ‘naar voren gekomen’ om deze doelstelling te realiseren in 2018. Nu moet worden bepaald met welke thema’s de zestal beoogde resultaten moeten worden bereikt.

De Adviescommissie Ouderenbeleid heeft het proces meegemaakt en gevolgd en heeft hierbij de volgende opmerkingen en adviezen.

1. De genoemde thema’s zijn divers. Sommige zijn zeer urgent en zouden hoge prioriteit moeten krijgen. Andere zijn op zich positief maar zijn vaak meer voor ouderen bedacht en niet met ouderen. Dat laatste zou meer accent moet krijgen.

2. De thema’s genoemd onder 2.1 waarvoor de gemeente en Zilveren Kruis de regie hebben, zijn belangrijk. Het is de ACO niet duidelijk welke rol Zilveren Kruis bij (de uitvoering van) al deze projecten heeft. Wie is nu waarvoor verantwoordelijk? Hierbij wil de ACO nog opmerken dat de specifieke aandacht bij de thema’s voor dementie belangrijk te vinden. Sterker nog, de ACO onderstreept het standpunt van HUS om specialistische zorg, waaronder dementiezorg, uit de pilot te halen

3. Geconstateerd wordt in het Uitvoeringsplan dat de genoemde zestal beoogde resultaten eigenlijk niet ‘smart’ zijn.  De relatie tussen inzet en resultaten is immers moeilijk vast te stellen. Daarom wordt nu ingezet op monitoring. Heel pragmatisch, gebaseerd beschikbare informatie en gesprekken met partners in de stad, zo wordt gemeld.
Maar het blijft vaag. Met name wordt niet duidelijk welke indicatoren worden gehanteerd.
Daarom dringt de ACO aan op duidelijkheid over de indicatoren (kwalitatief en kwantitatief) van de monitoring.

4. Verder pleit de ACO er voor om bij de monitoring naast de zorgvraag, de woonvraag mee te nemen. Heel concreet zal geïnventariseerd moeten worden tegen welke woonproblemen men (zorgverleners) aanloopt in bestaande woningen. Op welk punten schieten bestaande woningen te kort? (bijv. Kan goede zorg wel worden verleend gelet op omvang van de douche, breedte van de deuren, drempels etc.). De relatie tussen het leveren van goede zorg en woningen wordt gemist. Vanuit de (zorg)praktijk moet hierop meer concreet zicht worden verkregen.

31 mei 2016

——————————————————————————————————————–

Zienswijze MNU Stedenbouwkundig Programma van Eisen NPD Strook Overvecht (mei 2016)

Sinds 1 januari 2016 werken negen zelfstandige organisaties samen in het Maatschappelijk Netwerk Utrecht (MNU).

Deze organisaties zijn (in alphabetische volgorde):
– Adviescommissie voor het Ouderenbeleid (ACO);
– Adviescommissie voor het lesbisch/homo/biseksueel en transgenderbeleid (LHBT);
– Cliëntenraad-Wmo;
– COSBO-stad-Utrecht (Belangenorganisatie voor ouderen);
– Jij Utrecht (belangenorganisatie jongeren);
– LFB Utrecht (Belangenvereniging voor en door mensen met een verstandelijke beperking);
– Saluti (advies orgaan interculturalisatie);
– SOLGU (Stedelijk Overleg Lichamelijk Gehandicapten Utrecht);
– Vrijwilligers Adviesraad (VAR).

Het doel van dit samenwerkingsverband is om (groepen) bewoners die niet vanuit zichzelf hun stem voldoende kunnen laten horen, via integrale adviezen, activiteiten, wijkdialogen etc. een stem te geven. De focus van deze samenwerking ligt op gezamenlijke projecten waarin de organisaties (met behoud van hun eigen identiteit) samenwerken aan actuele thema’s en vraagstukken. Hierbij kunnen ook andere relevante partners uit de stad worden betrokken.

Het Kernteam van het MNU heeft in april 2016 besloten de reeds bestaande samenwerkingsgroep ‘Hart van Overvecht’ als MNU-projectgroep ‘om te dopen’ om de zienswijze op te stellen voor de NPD-strook Overvecht. De leden van de projectgroep vertegenwoordigen de ACO, COSBO-stad, Saluti en SOLGU. Zorginstelling Careyn heeft specifiek input geleverd op het onderwerp ‘wonen met zorg’.

Het MNU heeft in vroegtijdig stadium de gemeente geïnformeerd over de kansen die de NPD-strook Overvecht biedt om motie 39 tot uitvoering te brengen. Het MNU denkt graag in een vroegtijdig stadium met de gemeente mee over de inrichting en eisen gesteld aan een locatie en gebouw om motie 39 optimaal tot uitvoering te laten komen. Het MNU ziet de NPD-strook als een ideaal pilot project om toegankelijke woningen en woon(zorg)- initiatieven in Utrecht te stimuleren en realiseren. Het traject heeft de potentie om de basis te leggen om motie 39 standaard tot uitvoering te brengen.

Doel van de zienswijze is om samen met de gemeente de handvatten en kaders te ontwikkelen om motie 39 tot uitvoering te brengen op de NPD-strook. De zienswijze bevat de visie van het MNU op toegankelijkheid en het stimuleren van woon(zorg-) initiatieven alsmede specifieke aanpassingen aan het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) van NPD-strook Overvecht om de plannen geschikt te maken voor de uitvoering van motie 39. Hieronder zijn de belangrijkste beslispunten van motie 39 uiteengezet. De volledige motie is toegevoegd als bijlage.

Lees hier de volledige zienswijze

——————————————————————————————————————-

Voortgang over digitalisering

Eind 2014 heeft de ACO het (gevraagde) advies ‘Utrecht  bereikbaar: digitaal en persoonlijk’ aan B&W aangeboden. Om op de hoogte te zijn van de huidige stand van zaken (mei 2015) klik hier voor de laatste informatie. Voortgang over digitalisering, mei 2015