Jan Jansen koninklijk onderscheiden 20 augustus 2018

 

Foto: Dolinda Dupont

Foto: Dolinda Dupont

Jan Jansen: hij was en is een bekende bewoner van Utrecht. Niet alleen als architect van vele gebouwen in de stad, maar ook – na zijn pensioen – als een gedreven vrijwilliger bij tal van vrijwilligersorganisaties. Alles bij elkaar leidde dit tot een koninklijke onderscheiding van Jan op de ochtend van 20 augustus jl. Op die dag benoemde Jan van Zanen hem tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

NPD-strook
‘Als architect heeft Jan heeft al die jaren vooral iets met stenen gehad. Maar natuurlijk ook met de mensen achter die stenen, de Utrechters ’, zo begon de burgemeester zijn speech ter gelegenheid van de uitreiking in de statige Regentenzaal het Bartholomeus Gasthuis aan de Lange Smeestraat.
Daarna volgde een opsomming van alle activiteiten waarbij Jan betrokken is. In zijn werkende leven was Jan hoofd van Volkshuisvesting en Monumenten bij gemeente Utrecht. In zijn vrije tijd was hij onder meer stadsgids bij de VVV, schrijver van vele verhalen met bekende en minder bekende Utrechters in ‘De Oud Utrechter’ en, niet in de laatste plaats, is hij al een aantal jaren bestuurslid van de Advies Commissie Ouderen. In die laatste rol was hij vooral actief op het gebied van seniorenhuisvesting. Hij heeft er onder andere voor gezorgd hij dat er 900 levensloopbestendige appartementen komen op het terrein van de voormalige Nationale Pakket Dienst in Overvecht, onder insiders de NPD-strook genoemd. Jan zette zich met hart en ziel in voor geschikte huisvesting van senioren in de stad. En met succes.
Afscheid
Op dinsdag 21 augustus heeft de Adviescommissie Ouderen afscheid van hem genomen. Jan heeft te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Hij is zijn vele vrijwilligersactiviteiten aan het afbouwen. ‘Maar hij blijft zich betrokken en verantwoordelijk voelen voor de stad en zijn bewoners, en dat zal hij zolang mogelijk volhouden, zo verzekerde hij. De Adviescommissie dankt Jan voor alles wat hij betekent en gedaan heeft en wensen hem veel sterkte de komende tijd.

Marianne Coopmans, bestuur ACO