Themabijeenkomst ACO ‘Roze Ouderen’ d.d. 11 oktober 2017

Roze Ouderen: wat zijn de behoeften van LHBT- ers boven de 60 jaar als het gaat om wonen, zorg en sociale contacten in de stad Utrecht?

Christa Tydeman, waarnemend voorzitter van de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid Stad Utrecht (ACO), heet, behalve de leden van de commissie, ook de vele gasten welkom op deze locatie: De Helden.
De voorzitter memoreert dat het vandaag “Coming Out Day is”, en omdat er voor lesbiennes, homo- en biseksuelen en transgenders (LHBT) nog steeds moed voor nodig is om uit de kast te komen, is de naam van deze locatie zeker van toepassing.

COSBO-Stad Utrecht en de Adviescommissie LHBT hebben het initiatief genomen een onderzoek te laten doen naar de behoeften van de Utrechtse roze ouderen. Het werd uitgevoerd door Master-studente Alissa van Eijk en twee collega’s van Universiteit Leiden. Vragenlijsten werden bij ruim 100 boven 60-jarigen door vrijwilligers uitgezet en opgehaald. Het leidde tot interessante conclusies.

Martina van den Dool, directeur van COSBO licht toe dat dit onderzoek mede werd gewenst, omdat de gemeente Utrecht het idee heeft verlaten dat een doelgroepenbeleid nodig is. En wat gebeurt er dan voor deze specifieke groep ouderen, met specifieke verlangens – die ook iets specifieks nodig heeft? Het onderzoek is deze zelfde ochtend daarom ook aangeboden aan wethouder Kees Diepeveen.

Alissa van Eijk vertelt wat de belangrijkste bevindingen zijn en hoe ze tot stand kwamen.
Hoofdthema’s waren: woonsituatie, sociale contacten en zorg. Een zorgvuldig opgestelde vragenlijst werd verspreid via de websites van COSBO, verschillende roze organisaties zoals het COC, Roze 50+, de LHBT adviescommissie en via ieders eigen netwerk. Wie wilde kon de vragenlijst invullen. Dat hebben zo’n 150 mensen gedaan waarvan er 124 bruikbaar waren voor het onderzoek. Dus er waren 124 respondenten: 73 mannen, 49 vrouwen, 1 transgender en 1 intersekse persoon. Met zestien respondenten werd bovendien een diepte-interview gehouden.
De groep respondenten is waarschijnlijk niet helemaal representatief voor alle roze ouderen in Utrecht. Dit is omdat de vragenlijst voornamelijk verspreid werd via COSBO en roze organisaties. Dan mis je de grote groep die geen binding heeft met enige roze organisatie.

Liefst steun van professionals
Wetenschappelijk is dat een beperking: de respondenten zijn door hun betrokkenheid bij organisaties waarschijnlijk beter geïnformeerd dan gemiddeld. Maar deze aanpak maakte het mogelijk ruim te kunnen putten uit ervaringen en opvattingen van een flink aantal roze ouderen in Utrecht.

Als een van de duidelijkste uitkomsten van het onderzoek: ouderen willen – stel dat zij afhankelijk worden van zorg, die zorg het liefst van professionals krijgen. Slechts 20 % zag zich dan het liefst door mantelzorgers begeleid. De overgrote meerderheid van de roze ouderen gaf als ideale woonsituatie aan: hetzij in een woonzorg-complex (39%) of thuis met professionele thuiszorg.

Een andere opvallende uitkomst: roze ouderen willen weliswaar dat er aandacht is voor hun specifieke wensen en positie, en willen ook wel graag dat er andere roze ouderen in de buurt zijn, maar kiezen duidelijk niet voor aparte woonvoorzieningen voor roze ouderen.
“Ik moet er niet aan denken om in een woongemeenschap te zitten met alleen maar homo’s en lesbo’s; veel te eenzijdig!”
Tegelijk zegt minder van 5 % van degenen aan wie de vraag werd gesteld, dat het helemáál niet nodig was dat er andere roze ouderen in de woonomgeving zijn.

Aan sociale contacten geen gebrek
De 124 ondervraagde Utrechtse ouderen zijn waarschijnlijk actiever dan gemiddeld. Ze hebben mogelijk dus ook meer sociale contacten dan bij een representatieve steekproef het geval zou zijn. Als het gaat om contacten met vrienden, familie of buurtgenoten, blijken verreweg de meeste roze ouderen te vinden dat zij ruim voldoende contacten hebben met mensen die hen nabij zijn.
Ook de contacten in het LHBT-circuit scoren hoog. Driekwart van de ondervraagden had het afgelopen jaar wel deelgenomen aan één of andere activiteit. En bijna 60 % gaf aan door eigen initiatief, of bij voorbeeld via COC-activiteiten, frequent in contact te komen met andere roze ouderen.

Opvallend is dat in het onderzoek enerzijds de waardering blijkt voor wat wordt ondernomen om van Utrecht een aantrekkelijke stad te maken voor roze ouderen, en tegelijk vast te kunnen stellen dat er best veel activiteiten en voorzieningen bestaan, die niet bekend blijken te zijn.
Zo is er veel waardering voor initiatieven als “de roze loper”. Voorzieningen voor ouderen kunnen zich daarvoor kwalificeren als zij op de juiste manier inspelen op wat roze ouderen nodig hebben om zich thuis te voelen.
Tegelijk heeft men soms géén idee hoe je erachter komt dat een organisatie die kwaliteit ook biedt.

Onderzoekster Alissa van Eijk meldt: verreweg de meeste ouderen voelen zich geaccepteerd, maar de komst van andere culturen en (godsdienstige) overtuigingen, maken hen in de openbare ruimte wel terughoudender.

Waar lopen mensen tegenaan
En zijn er vervelende incidenten waarmee men te maken kreeg?
Dat blijkt zéker het geval. Bijna de helft van de onderzochte groep maakten het afgelopen jaar wat naars mee: vervelende nieuwsgierigheid, of belachelijk gemaakt worden tot zelfs enkele ervaringen met bedreiging of dat er werd gevochten.

In deze leeftijdsgroep (de deelnemers aan het onderzoek varieerden van 53 tot 86 jaar) is de kans dat zorg nodig is evident. In sommige gevallen is mantelzorg gewoon geen optie. Bij twee derde van de ondervraagden is geen sprake van kinderen. Niet zelden wonen de naaste familieleden op vele tientallen kilometers van Utrecht.
Het bleek bij het onderzoek, dat mensen heel open zijn over hun geaardheid en levenswijze. Tegelijk is er het gevoel dat mensen het vast en zeker niet altijd helemaal zullen begrijpen.

Roze vertrouwenspersoon
Vandaar mogelijk ook dat men positief is over de roze vertrouwenspersoon; bij het ouder worden kan hij of zij een prettige figuur zijn om op terug te vallen. Maar vooral, zo werd geconcludeerd: “….als een instelling over een “roze vertrouwensman of –vrouw” beschikt, voel ik mij daar zeker welkom.”
Intussen worden ook roze café-activiteiten (van onder meer het COC) zeer gewaardeerd.
Op het gebied van sport en op het gebied van “culturele uitjes”, dansen, en bij voorbeeld zwemmen, werden nog wel activiteiten gemist. Maar ook daarvoor geldt: misschien moet het gewoon beter bekend worden gemaakt?

Over de gemeente bleek men heel verschillend te denken, maar de opvatting dat dingen beter bekend gemaakt moeten worden, werd breed gedeeld.

Veel vragen aan de onderzoekster
Naar aanleiding van Alissa van Eijks toelichting op haar onderzoek, worden allerlei vragen gesteld en beantwoord. Zo leren we dat niet is gekeken naar de wijken waar de respondenten wonen, dat niet gekeken is naar ouderen met een migrantenachtergrond en niet naar het opleidingsniveau. In de verschillende leeftijdscategorieën (van 53 tot 86 jaar) was niet veel verschil te zien.
Eén thema is duidelijk: wat moet worden gedaan aan de gebrekkige informatie? Een van de aanwezigen van het COC, meldt dat het COC al behoorlijk veel doet om informatie verder te brengen.
Misschien moet er op dat vlak tóch meer gebeuren, meent een aanwezige: ”…..bij al die folders die je altijd overal ziet liggen, zie je nooit iets over of voor roze ouderen….”
Een andere suggestie is dat er een soort Roze 50+ Ambassadeur komt. Ook de buurtteams worden genoemd. Wat zij kunnen betekenen voor ouderen zou weleens kunnen worden versterkt, als er een nauwe samenwerking komt met het COC.

Een vraag: hoe komt het dat ook de roze ouderen die al in een verzorgings- of verpleeghuis wonen niet met de relevante informatie worden bereikt? Het bekend maken van de informatie die er toe doet, is kennelijk lastig.
Verschillende aanwezigen zijn de professionals die in buurtteams werken. Juist van de kant van deze genodigden zijn veel vragen over de wijze waarop roze ouderen kunnen worden bereikt.
En hoeveel bewoners in de Utrechtse wijken betreft het?
Het onderzoek heeft hierover geen informatie opgeleverd. Wél is duidelijk dat ook bij de deelnemers aan het onderzoek mensen waren die anoniem wilden blijven.
Overigens kan het uitkomen van het onderzoek – zo is elders gebleken – ook al wel aanleiding zijn om het onderwerp “roze en oud” aan de koffietafels voor ouderen te bespreken.
Een tip was ook: besteedt in algemene zin aandacht aan dit thema. Kinderen zouden er op school ook over moeten horen.
Tot slot was er wel de verzuchting: open zijn over een LHBTI-achtergrond is steeds makkelijker geworden – maar de wetenschap dat er in Islamitische kring anders naar wordt gekeken, legt nu een hypotheek op deze openheid.

Beleidsaanbevelingen aan gemeente en instellingen
Martina van den Dool, directeur van COSBO Stad -Utrecht-  gaf vervolgens een toelichting op de beleidsaanbevelingen die de Adviescommissie LHBT-beleid en het COSBO richten aan de gemeente Utrecht en aan instellingen voor zorg en welzijn in deze stad.
Aan de gemeente de vraag: blijf investeren in zichtbaarheid en het gevoel van veiligheid van roze 60-plussers. Ook aan zorginstellingen wordt dit met klem gevraagd: laat mensen zich van begin af aan welkom en veilig voelen. Denk daarbij ook aan hoe je het “menu” op je website inricht. Maak zichtbaar dat je er voor iedereen bent.
De gemeente Utrecht heeft een uitstekende gezondheids-monitor, in het kader waarvan veel wordt onderzocht en die ook goed kan worden geraadpleegd. Daar zou nog wel wat extra aandacht kunnen worden besteed aan deze doelgroep.
De woon- en zorgwensen van de roze ouderen zijn nu beter bekend. Gemeente: houdt daar bij het woon-zorg beleid rekening mee. En dat geldt ook voor de constatering dat deze groep ouderen veelal minder een beroep kan doen op mantelzorg. Dit is ook een aandachtpunt voor het steunpunt mantelzorg en dat daar gegeven trainingen.
De welzijnsorganisaties zouden een actief “roze loper beleid” moeten voeren.  Gebleken is dat je er niet mee komt om te “accepteren” dat oudere vrouwen lesbisch kunnen zijn en mannen soms homo. Of bi, of transgender of interseksueel.

Zichtbaar en bekender maken
Als het blijft bij acceptatie van de andere geaardheid, en niet actief wordt zichtbaar gemaakt dat ook de LHBT-ers welkom zijn met hun vragen, en met problemen en wensen kunnen aankloppen, dan is dat onvoldoende. Het gaat juist om die stap verder, en om respectvolle bejegening. De gemeente kan daarop letten – en het eisen – als subsidie wordt verstrekt en contracten worden afgesloten.
Organisaties moeten beter bekend maken dat er een roze-loper-beleid is, dat door medewerkers, vrijwilligers en andere bezoekers wordt nageleefd. Met een enkel woord, of door bijvoorbeeld gebruik te maken van een icoontje, kun je zichtbaar maken dat je organisatie beschikt over dat LHBT-keurmerk. Het is echt nodig, dat de organisaties die hier goed mee bezig zijn, het ook actief bekender maken.
Tot slot: uit het onderzoek is het grote belang van een vertrouwenspersoon gebleken: informatie waarmee organisaties hun voordeel kunnen doen.

Wat doen de roze 60+ers zelf
Naar aanleiding van de door Martina van den Dool toegelichte beleidsaanbevelingen, ontstaat een levendige discussie. Thema is het toenemende belang van mantelzorg; moeten we ons erbij neerleggen dat dat in steeds meer gevallen als enige, of als belangrijkste zorg overblijft?
Met als achtergrond de ervaringen van enkele aanwezigen, werd de mogelijkheid geopperd dat je ook mantelzorg kunt geven aan mensen die in de buurt wonen. Anderen kunnen zich dan weer ontfermen of een door jou geliefd persoon die ver weg woont. Zorgen voor elkaar is ten slotte niet erg, maar als je er heel ver voor moet reizen (wat bij een aantal respondenten van het onderzoek een probleem bleek te zijn) is het wel een erg grote aanslag op de leefbaarheid.
En zo waren er meer suggesties en voorbeelden, die uitgingen van de kracht van ouderen. Een mooie afsluiting van deze Coming Out Day.

Het volledige rapport is te vinden op de website van COSBO Verslag ACO

Themabijeenkomst Roze ouderenonderzoek

Roze Ouderen in Utrecht Powerpoint