Themabijeenkomst ACO ‘Dementiezorg nu!'(december 2016)

Aanleiding
De groep mensen met dementie vertoont een sterke groei; bijna iedereen kent wel een patiënt in de nabije omgeving. De zorg voor hen groeit dus ook. Over het behoud van de goed lopende stedelijke Ketenzorg dementie maakte en maakt de ACO zich ernstige zorgen. Vanwege het wijkgerichte pilotproject van Zilveren Kruis, zou ook de dementiezorg wijkgericht moeten werken. terwijl juist de stedelijke opgezette Ketenzorg dementie goed liep. De ACO heeft in meerdere gesprekken haar zorgen geuit bij Zilveren Kruis. Inmiddels is er vlak voor deze themabijeenkomst door de uitvoerders van de zorg een convenant ondertekend. Hoe staat het er nu mee?

Gastsprekers:
Mevrouw Angelique Hoogduin, regisseur Ketenzorg (Careyn)
Mevrouw José Jeltes, beleidsadviseur Sociaal Domein (gemeente Utrecht)
Mevrouw Marjolein Dijns-van der Hoek (Landelijke Inkoop, Zilveren Kruis).
Marjolein is helaas verhinderd, maar is bij de voorbereiding van de themabijeenkomst wel betrokken geweest.

Onzekerheid
Angelique Hoogduin houdt haar inleiding aan de hand van een power point presentatie. Ook de presentatie van (de helaas verhinderde) Marjolein Dijns wordt getoond. Beide presentaties zijn te vinden op de website: www.aco-utrecht.nl

Het voortbestaan van de ketenzorg was inderdaad onzeker. Daarover is in juni 2016 zoals gezegd een convenant gesloten tussen de zorgaanbieders. Dit convenant moet worden uitgewerkt. Het probleem is inmiddels opgelost. Er wordt een onafhankelijke ketenregisseur aangetrokken.
Voorts meldt Angelique Hoogduin dat dementie onder migrantenouderen opvallend toeneemt. De cijfers daarover zijn mogelijk vertekend, want deze groep was tot voor kort simpelweg minder goed in beeld.

Stedelijke zorg en zorg in de wijken
Naast activiteiten in de wijken bestaat stedelijk casemanagement. Hoe komen die twee samen? José Jeltes verduidelijkt aan de hand van een presentatie dat het casemanagement samenhangt met zorg gelet op de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg. De gemeente biedt aanvullende voorzieningen in buurten. Deze twee functioneren naast elkaar – ze werken aanvullend en gezamenlijk. .

Aan de samenwerking tussen zorgaanbieders ligt een intentieverklaring ten grondslag.
Dagbegeleiding wordt door diverse aanbieders geleverd, in overleg met de gemeente. Doel is om de thuissituatie wat te ontlasten. De groepen bestaan uit zes tot acht personen. De activiteiten moeten zo goed mogelijk aansluiten bij de belangstelling van de groepsleden. Zo mogelijk ook met een op de persoon gerichte maatwerkvoorziening
Reacties en discussie
Vraag en aanbod
Er wordt opgemerkt dat de aanbodzijde wel op orde lijkt; maar hoe beleven patiënten dat?
De familie of de buren signaleren vaak als eerste dat er iets ‘niet pluis’ is. Het is belangrijk dat de patiënt dan bij de huisarts terechtkomt. In overleg met hem of haar krijgt de patiënt dan een casemanager. Deze professional onderhoudt het contact met de patiënt en volgt hem of haar tot aan de opname in een verpleeghuis. De casemanager is er niet voor de dagelijkse zorg. Hij of zij ziet er echter wel op toe dat daar anderen voor worden ingeschakeld.

Administratieve druk
Een moeilijk punt voor de patiënt is de administratieve druk. Er moet van alles geregeld worden: de zorgverzekering moet worden aangepast, er moet worden gezocht naar een passende zorgaanbieder, er moet worden uitgezocht of er zaken in aanmerking komen voor vergoeding via de Wmo of WLZ, de Wet Langdurige Zorg. Dit zijn complexe vraagstukken voor een dementiepatiënt. Patiënten die gebruik kunnen maken van een persoonsgebonden budget (PGB) kunnen met nóg meer rompslomp te maken krijgen, zeker als zij recht hebben op langdurige zorg. De organisaties zijn hierover met elkaar in gesprek. De problemen die zijn ontstaan met administratieve druk en schotten tussen verschillende financieringsmogelijkheden moeten overigens op landelijk niveau worden opgelost. Met concrete vragen kan een afspraak worden gemaakt met José Jeltes.

Samenwerking met andere instanties
Samenwerking tussen alle betrokken partijen is een belangrijke doelstelling van het pilotproject van Zilveren Kruis. De wijkverpleegkundige functioneert naast de huisarts als ‘spil in de wijk’. Met die zorg kunnen mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Wijkverpleegkundigen zijn in dienst van de zorgaanbieders. Niet elke zorgaanbieder doet mee aan het pilotproject van Zilveren Kruis. De ACO zou liever zien dat wijkverpleegkundigen onafhankelijk werken. Het pilotproject heeft de keuzevrijheid voor patiënten sterk beperkt.
Het feit dat er geen verzorgingshuizen meer bestaan, maakt de situatie overigens extra lastig omdat in een verpleeghuisplaats plaatsen vaak niet direct beschikbaar zijn.

Knelpunten opgelost?
De ACO is benieuwd welke knelpunten rond dementie in Utrecht opgelost (kunnen) worden met de wijkgerichte aanpak. De organisaties blijken intensief met elkaar in gesprek te zijn over de problemen met administratieve druk en schotten tussen verschillende financieringsmogelijkheden, als moet dit probleem op landelijk niveau worden opgelost. De mogelijkheden om zorg te bieden aan mensen met dementie zijn wel wat verruimd onder het pilotproject. De samenwerking tussen de aanbieders kan echter beter.
Het is de intentie van de gemeente om hierbij ondersteuning te bieden, ook om formele en informele zorg (mantelzorg) goed op elkaar af te stemmen. De gemeente wil ook innovatieve voorzieningen mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld het Odensehuis en het ontwikkelen van ‘logeeropvang’. De mogelijkheden voor ‘Care B&B’ worden verkend.

Daarnaast streeft de gemeente naar laagdrempelige voorzieningen voor ouderen, niet specifiek voor dementerende ouderen. In het kader van laagdrempelige voorzieningen wordt er groepsbegeleiding aangeboden voor beperkt zelfredzame bewoners. In 2017 start de gemeente Utrecht in samenwerking met de Alzheimerstichting een onderzoek naar de meerwaarde en kansen van de ‘Dementievriendelijke gemeente’.

Conclusies
Een belangrijk aandachtspunt voor de ACO is het toenemende aantal dementiepatiënten, vooral onder migrantenouderen.
Innovatieve voorzieningen voor opvang zijn nodig. Logeeropvang via ‘Care B&B’ wordt bijvoorbeeld verkend.
De schotten tussen de verschillende financieringswijzen (WLZ, Zvw, WMO, PGB) hangen  samen met landelijk beleid; daar kan de gemeente niet direct iets aan doen, maar het moet wel worden opgelost. Niet alleen zorgverzekeraars en gemeente ook politieke partijen  moeten zich hiervoor inzetten.
Voor verpleeghuisplaatsen is een wachtlijst. Deze moet worden opgelost.
Wachtende patiënten moeten in die wachttijd in elk geval in aanmerking komen voor dagbegeleiding.
De ACO ontvangt t.z.t. graag het rapport van het onderzoek naar de meerwaarde en kansen van dementievriendelijke gemeente. Dit wordt toegezegd.
Dit onderwerp blijft de aandacht houden van de ACO. Het feit dat vlak voor deze themabijeenkomst een convenant is getekend is een mooi succes. Op de uitwerking daarvan blijft de ACO alert.