Themabijeenkomst ACO ‘Ouder worden en wonen in Utrecht niet meer vanzelfsprekend (oktober 2016)

Aanleiding
Ouder worden en wonen in Utrecht is niet meer vanzelfsprekend. De problematiek rond zorgcentra die vanwege het nieuwe landelijke zorgbeleid moeten inkrimpen of sluiten, is bekend. Zo ook het zorgcentrum Tuindorp Oost van Careyn. Wat komt daarvoor in de plaats en waar kunnen ouderen die zorg behoeven nu terecht in Utrecht? De ACO zoekt naar antwoorden.

Gastspreker:
De heer Rob van Dam, voorzitter Raad van Bestuur Careyn.

Situatie in Utrecht
Rob van Dam schetst de situatie. De bevolking wordt steeds ouder. Vroeger gingen ouderen wel intramuraal wonen uit veiligheidsoverwegingen. Na de sluiting van de verzorgingshuizen kan dat niet meer. Daar staat tegenover dat ouderen minder hulpeloos zijn dan voorheen. Vrijwel iedereen heeft wel een mobiele telefoon om snel hulp in te roepen, bijvoorbeeld na een valincident.

Utrecht heeft altijd veel verzorgingshuizen gehad. De stad voelt de gevolgen van het beleid rond langer thuis wonen dus goed. De zorginstellingen verwachtten een sterk toenemende vraag naar verpleeghuiszorg, maar die viel mee. Die vraag is er wel, maar mensen maken het liefst gebruik van kleinschalige voorzieningen.

‘Hartenconcept’, ook in Tuindorp-oost
Om aan de behoefte aan woningen waar men veilig kan wonen ‘met zorg dichtbij’ te voldoen, heeft Careyn het Hartenconcept ontwikkeld. In Naaldwijk en Spijkenisse (‘Hart van Groenewoud’) bestaan zulke centra al; voor Tuindorp Oost wordt het nu ook ontwikkeld. Eerst komt er nieuwbouw naast het oude centrum, daarna wordt het oude gebouw gesloopt. Leegkomende woningen worden tijdelijk bewoond door studenten. De nieuwbouw zal naast 34 verpleeghuisplaatsen een aantal zelfstandige woningen krijgen. De bewoners daarvan kunnen van zorgvoorzieningen gebruik maken.
Het project loopt helaas niet zo snel, omdat er bezwaar is gemaakt door de organisaties die gevestigd zijn in de Groene Kop van Tuindorp.

Gemeentegarantie
In Spijkenisse heeft de gemeente indertijd garant gestaan, wat de financiering heeft vergemakkelijkt. Careyn bouwt in Utrecht niet zelf, maar laat dat graag aan een woningcorporatie over. Daar lopen al gesprekken over. Het is de bedoeling dat de woningcorporatie financiert, eventueel met hulp van de gemeente.

Reacties en discussie
De afstemming tussen de zorgaanbieders is goed. Zij bepalen overigens niet zelf hoeveel zorgplaatsen er gerealiseerd worden, dat doet het Zorgkantoor.
Bij het voorzien in zorgbehoefte wordt rekening gehouden met mensen met een andere geaardheid. Alle locaties van Careyn zijn gecertificeerd met de ‘Roze Loper’.

Samenwerking met woningcorporaties
Zorgaanbieders in Utrecht ontmoeten elkaar aan de Zorgtafel. Zij doen liever zaken met woningcorporaties dan met een commerciële ontwikkelaar. Zorg leveren is de taak van een zorgaanbieder, corporaties hebben de taak te zorgen voor goede woonvoorzieningen. Als het tegen commerciële voorwaarden moet, zal er geen enkel zorgproject van de grond komen.
Op dit moment zien corporaties onvoldoende kans projecten te realiseren vanwege de hoge grondprijzen in Utrecht. Welke partij hier verlichting kan bieden is de vraag.

Betaalbaarheid
De woningcorporatie gaat over de huurprijzen en houdt rekening met de betaalbaarheid, ook voor ouderen. Dit geldt ook voor de toegankelijkheid en levensloopbestendigheid van de woningen. Het nieuwbouwproject omvat ook een intramuraal deel en een ‘schil’ waarvan ook koopwoningen deel uitmaken.

Verhuisgedrag
De bewoners van het centrum worden begeleid bij de verhuizing en komen ook in aanmerking voor een verhuisvergoeding. Tuindorp Oost is proefproject van de VNG-challenge (wooncarrière; verhuiscoach). Het standpunt van de ACO is dat ouderen pas willen verhuizen als er goede en passende woningen beschikbaar zijn. Rob van Dam verwacht dat het nieuwe Tuindorp Oost snel volledig bezet zal zijn.

Oudere migranten
Er komen in Tuindorp Oost geen specifieke voorzieningen voor oudere migranten. Uiteraard zijn zij van harte welkom. Oudere migranten met beperkte financiële mogelijkheden komen in aanmerking voor sociale huurwoningen. De ACO is van mening dat er specifieke voorzieningen voor oudere migranten noodzakelijk zijn. Dat zou de gemeente in overweging moeten nemen.

Buurtvoorziening
Met de omwonenden is uitvoerig van gedachten gewisseld, vooral over parkeren en over de buurtvoorzieningen in het nieuwe pand. Daarvoor is maar beperkt ruimte. De ACO vindt dat jammer, want voorzieningen zoals een ‘buurtrestaurant’ (niet-commerciële eettafel) worden steeds belangrijker nu ouderen thuis (moeten) blijven wonen. De vraag naar dergelijke voorzieningen verschilt per wijk. Het vormt dus een aanzienlijk risico voor de gebouwexploitant. De ACO acht een onderzoek wenselijk waarom het ene initiatief wél goed loopt en het andere niet.
Hieraan wordt vanuit de gemeente toegevoegd dat wederkerigheid de succesfactor lijkt, bijvoorbeeld in Rosendael van Careyn. Activiteiten worden daar voor en door bewoners georganiseerd. De gemeente stimuleert dit door de partners in de wijk met elkaar te verbinden. Een goed voorbeeld is de Mobiele Huiskamer in Noordoost. Voor dit soort initiatieven heeft de gemeente een subsidieregeling.

Voor wie bouwen?
Careyn overweegt het ‘Hartenconcept’ ook voor Rosendael. Daar groeit de behoefte aan verpleeghuisplaatsen niet, maar aan wonen met ‘zorg dichtbij’ wel.
In het algemeen is de woonbehoefte aan het veranderen. Het is een positieve ontwikkeling dat jongeren woningen die voor ouderen worden gebouwd, óók aantrekkelijk vinden. De zorgaanbieders vragen daar aandacht voor. Zij pleiten er sterk voor om sociale huurwoningen te bouwen die geschikt zijn voor jong én oud. Ouderen blijven vaak te lang thuis wonen omdat zij (nog) geen verpleeghuisindicatie krijgen. Niet alleen de zorg moet goed geregeld worden, ook het welzijn.
Geconstateerd wordt dat ouderen ook terugdeinzen voor een verpleeghuisindicatie vanwege de eigen bijdrage. Daarnaast is het eenzaamheidsvraagstuk niet altijd met welzijnsvoorzieningen op te lossen. Wie vult de ‘brugfunctie’ in als de zorgorganisatie het pand verlaat? Het Buurtteam probeert dit knelpunt op te vangen met het instellen van een buurtspreekuur in dergelijke panden.

Woonomgeving
De nieuwe woningen worden dan wel levensloopbestendig, wordt opgemerkt, maar geldt dat ook voor de woonomgeving? Daarover worden afspraken gemaakt met de gemeente. Er mag ervan worden uitgegaan dat de omgeving goed begaanbaar is voor iedereen.

Coalitie
De ACO vindt de stedelijke samenwerking enigszins versnipperd. De samenhang tussen wonen, zorg en welzijn kan beter, bijvoorbeeld door een coalitie te vormen van corporaties, zorgaanbieders, gemeente en ouderenorganisaties zoals ACO. Rob veronderstelt dat de zorgaanbieders wel willen meedoen. Er is voldoende expertise, bijvoorbeeld op het gebied van de transitie van kantoorgebouwen.

Conclusies
De ACO vindt het ‘Hartenconcept’ van Careyn positief en veelbelovend, ook voor Tuindorp Oost. Tijdens een werkbezoek aan Spijkenisse hebben veel ACO leden zelf met dit concept kunnen kennismaken. De grondprijs zal een probleem worden.
Er is groeiende vraag naar geschikte woningen, met voorzieningen in de buurt en waar zorg geleverd kan worden.
Aandacht voor welzijn in relatie tot wonen en zorg is noodzakelijk om problemen die bij langer zelfstandig wonen (kunnen) ontstaan te voorkomen of op te lossen.
Toegankelijkheid van woning én de woonomgeving vraagt blijvend aandacht!
Aanwezigheid van voorzieningen is essentieel. Winkels, huisarts, voldoende openbaar vervoersvoorzieningen op loopafstand is een toets voor ieder plan.
De ACO acht een onderzoek wenselijk naar de reden waarom het ene initiatief wél goed loopt en het andere niet.
De ACO is voorstander van een coalitie, bestaande uit vertegenwoordigers van de corporaties, de zorgaanbieders en de ACO om extra druk te generen op het realiseren van goede woon(zorg)plannen op geschikte plekken en een ander actief grondbeleid.

Al deze aspecten zijn meegenomen in de inbreng van ACO in MNU verband bij de Zienswijze voor de NPD strook in Overvecht en bij de stedelijke Bijeenkomst over Langer zelfstandig wonen’.