Inbreng ACO bij RIA over uitvoeringsplan Stedelijke Agenda Ouderen (2 juni 2016)

Logo ACO 211 x 110

Inbreng Adviescommissie Ouderenbeleid (ACO) bij RIA over Uitvoeringsplan Stedelijke Agenda Ouderen d.d. 2 juni 2016.

Bijna een jaar geleden hebben de gemeente en Zilveren Kruis de Stedelijke Agenda Ouderen 2016-2018 vastgesteld.
Daarmee beoogden zij een aanzet te geven voor vernieuwing van de ondersteuning en zorg voor ouderen, voor welke opgave beide (en het zorgkantoor) staan. Het doel was is dat iedereen in Utrecht vitaal ouder kan worden, maar ook goed kan blijven wonen als je kwetsbaarder wordt.
vitaal. Voor 2018 is en zestal beoogde resultaten benoemd.

In de loop van het jaar zijn thema’s/projecten ‘naar voren gekomen’ om deze doelstelling te realiseren in 2018. Nu moet worden bepaald met welke thema’s de zestal beoogde resultaten moeten worden bereikt.

De Adviescommissie Ouderenbeleid heeft het proces meegemaakt en gevolgd en heeft hierbij de volgende opmerkingen en adviezen.

1. De genoemde thema’s zijn divers. Sommige zijn zeer urgent en zouden hoge prioriteit moeten krijgen. Andere zijn op zich positief maar zijn vaak meer voor ouderen bedacht en niet met ouderen. Dat laatste zou meer accent moet krijgen.

2. De thema’s genoemd onder 2.1 waarvoor de gemeente en Zilveren Kruis de regie hebben, zijn belangrijk. Het is de ACO niet duidelijk welke rol Zilveren Kruis bij (de uitvoering van) al deze projecten heeft. Wie is nu waarvoor verantwoordelijk? Hierbij wil de ACO nog opmerken dat de specifieke aandacht bij de thema’s voor dementie belangrijk te vinden. Sterker nog, de ACO onderstreept het standpunt van HUS om specialistische zorg, waaronder dementiezorg, uit de pilot te halen

3. Geconstateerd wordt in het Uitvoeringsplan dat de genoemde zestal beoogde resultaten eigenlijk niet ‘smart’ zijn.┬á De relatie tussen inzet en resultaten is immers moeilijk vast te stellen. Daarom wordt nu ingezet op monitoring. Heel pragmatisch, gebaseerd beschikbare informatie en gesprekken met partners in de stad, zo wordt gemeld.
Maar het blijft vaag. Met name wordt niet duidelijk welke indicatoren worden gehanteerd.
Daarom dringt de ACO aan op duidelijkheid over de indicatoren (kwalitatief en kwantitatief) van de monitoring.

4. Verder pleit de ACO er voor om bij de monitoring naast de zorgvraag, de woonvraag mee te nemen. Heel concreet zal geïnventariseerd moeten worden tegen welke woonproblemen men (zorgverleners) aanloopt in bestaande woningen. Op welk punten schieten bestaande woningen te kort? (bijv. Kan goede zorg wel worden verleend gelet op omvang van de douche, breedte van de deuren, drempels etc.). De relatie tussen het leveren van goede zorg en woningen wordt gemist. Vanuit de (zorg)praktijk moet hierop meer concreet zicht worden verkregen.

31 mei 2016

——————————————————————————————————————–