Themabijeenkomst ‘Hulp bij het huishouden’ (mei 2016)

ACO themabijeenkomst op 25 mei 2016
‘Hulp bij het Huishouden’

Hulp bij het huishouden is nog steeds een actueel onderwerp.
De ACO heeft een jaar geleden (mei 2015) aan de vm wethouder Jongerius haar twijfels geuit over de juistheid van het nieuwe systeem van een basisvoorziening van anderhalf uur hulp per week en heeft gepleit voor betere communicatie met betrokkenen over de veranderingen. Ook de mogelijkheid van uitbreiding van het aantal uren en om via andere regelingen hulp bij het huishouden te krijgen, moeten meer en beter bekend worden gesteld aan betrokkenen.  .
Recent – op 18 mei 2016 – heeft de Centrale Raad van Beroep in drie zaken uitspraken gedaan over de criteria waaraan gemeenten moeten voldoen op basis van de nieuwe Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) waaronder het geven van huishoudelijke hulp valt.
In twee zaken gaat het om Utrechtse gevallen. Voldoet het Utrechtse systeem met modules wel aan de wet? Is er in voldoende mate sprake van maatwerk?

Gastsprekers:
– mw Gerda Houtman (senior beleidsadviseur gemeente Utrecht, MO) en
– mw. Henriet Groenendijk (AxionContinu, Thuiszorg).

Wmo
Mw. Houtman meldt dat de gemeente in het kader van de Wmo al sinds 2007 hulp bij het huishouden levert. Onder het coalitieakkoord ‘Bruggen Bouwen’ van het huidige Kabinet werd deze dienst niet langer aangemerkt als overheidstaak; er werd 40% op bezuinigd. De Wmo 2015 bood echter onvoldoende duidelijkheid. Gemeenten zijn toen op zoek gegaan naar mogelijkheden om hulp bij het huishouden anders in te vullen.
De Wmo is een voorzieningenwet, zo legt mw. Houtman uit. Gemeenten mogen zelf het eigen niveau van dienstverlening bepalen; landelijke normen zijn er niet meer. De overheid heeft zich op het standpunt gesteld dat cliënten voor hulp bij het huishouden als eerste hun eigen netwerk moeten aanspreken en daarbij moeten accepteren dat het misschien wat minder schoon in huis is dan toen zij het werk zelf nog konden doen.

Basisvoorziening
De gemeente Utrecht heeft als uitgangspunt genomen om kwetsbare inwoners zo goed mogelijk te blijven ondersteunen. Daarom is niet gekort op de uren voor hulp bij het huishouden. Een ander uitgangspunt is dat het werk wordt gedaan door medewerkers in loondienst, dus niet door (goedkopere) alfahulpen. Verder is als basisniveau: ‘schoon’ gekozen. Tenslotte kan iedereen op minimale ondersteuning rekenen, namelijk op 78 uren per jaar. De cliënt kiest zelf welke werkzaamheden er gedaan moeten worden. De cliënt kan de basisvoorziening dus naar eigen keuze (flexibel) inzetten.

Maatwerkmodules
Daaraan kunnen, indien de cliënt aangeeft dat die behoefte bestaat, twee maatwerkmodules worden toegevoegd. Er zijn twee maatwerkmodules.
– Module 1 is ‘maatwerkvoorziening enkelvoudig.’ Hieronder valt het klaarzetten of voorbereiden van primaire levensbehoeften, zoals bijvoorbeeld schone kleding.
– Module 2 is ‘maatwerkvoorziening complex.’ Deze wordt bijvoorbeeld toegewezen als er kleine kinderen in huis zijn.

Aanvullende hulp
Naast de basisvoorziening en de beide maatwerkmodules kan de cliënt aanvullende hulp bij het huishouden inkopen voor € 5,= per uur (Huishoudelijke Hulp Toelage – HHT). De cliënt koopt deze aanvullende dienst bij de aanbieder zelf in, dus niet via de gemeente.

Uitspraken
De Centrale Raad van Beroep heeft gesteld dat het HbH-beleid valt onder de Wmo. Het beleid van de gemeente Utrecht spoort daar op zich mee. Wel heeft de CRB bepaald dat de gemeente de norm van 78 uren dienstverlening per jaar als basismodule, moet berusten op objectieve criteria, steunend op deugdelijk onderzoek.
Inmiddels heeft de gemeente het voornemen om het aantal uren per 10 oktober 2016 te
verhogen naar 2 uur per week.

De praktijk
Mw. Groenendijk meldt vanuit de praktijk van AxionContinu dat er altijd in overleg met de cliënt een huishoudplan wordt samengesteld. De cliënt kan ervoor kiezen om wekelijks anderhalf uur ondersteuning te krijgen, of tweewekelijks drie uren. De meeste aanbieders hebben voorkeur voor drie uren per twee weken, maar het is de cliënt die dat bepaalt. Aan de hand van de bevindingen van de hulpverlener kan er aanvullende hulp worden ingeschakeld, maar uitsluitend als de cliënt daar prijs op stelt.

Huishoudelijke medewerkers
Huishoudelijke medewerkers werken veelal op kleine contracten van 12 à 25 uur per week. De aanbiedende organisatie zorgt er voor dat deze mensen berekend zijn op hun taken. Er worden regelmatig groepsscholingen en gesprekstrainingen aan de hulpverleners gegeven. Er wordt een introductiedag georganiseerd voor nieuwe huishoudelijk medewerkers, en tweemaal per jaar een bijscholingsdag. Dit wordt onder meer gedaan om de medewerkers het gevoel te geven dat zij ergens werken en bij een organisatie horen.mw. Groenendijk veronderstelt dat andere aanbieders dit ook doen.
Haar ervaring is dat er nauwelijks klachten zijn over het aantal uren huishoudelijke hulp. De extra uren à € 5,= worden vrijwel niet besteld. AxionContinu is tevreden over het verloop van de hulp bij het huishouden.

Reacties en discussie

Werkelijkheid
Het toch wel positieve beeld dat wordt geschetst spoort niet met de vele klachten die er zijn over de zgn. ‘keukentafelgesprekken’. Mw. Houtman geeft aan dat er om die reden huishoudcoaches zijn ingezet. Cliënten krijgen regelmatig huisbezoek, waarbij naar hun bevindingen wordt gevraagd. Desgevraagd geeft mw. Houtman aan dat mensen die tot de kwetsbare groepen worden gerekend, altijd huisbezoek krijgen, tenzij men geen prijs daarop stelt.

Verwachtingspatroon
Had de gemeente Utrecht niet meer tijd voor de invoering van het nieuwe systeem moeten nemen? Volgens mw. Houtman heeft het ook te maken met het verwachtingspatroon: het is niet realistisch om te verwachten dat de huishoudelijke hulp wekelijks de ramen lapt of de keukenkastjes sopt – wat de cliënt voorheen misschien zelf wel deed.
Daarom wordt er voor gepleit om strikt duidelijk en expliciet te zijn over de werkzaamheden in het huishoudplan. Vooraf moet immers duidelijk zijn wat de cliënt precies kan verwachten. Cliënten ontvangen een gemeentelijke beschikking voor hulp bij het huishouden. Daarin wordt alleen het aantal uren per jaar vermeld waarop de cliënt recht heeft. Over werkzaamheden vermeldt de beschikking niets, want die mag de cliënt zelf bepalen.

Eigen bijdrage
Wordt vooraf ook besproken hoe hoog de eigen bijdrage van de cliënt wordt?
Dat is het geval, zegt mevrouw Houtman; dit wordt altijd vooraf besproken. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen. Het CAK berekent de hoogte van de eigenbijdrage en int deze..

Eigen netwerk
Hoe wordt beoordeeld of iemand een eigen netwerk heeft?
Volgens mw. Groenendijk wordt daarop gelet bij het opstellen van het huishoudplan. De informatie die de cliënt daarover zelf geeft, is daarbij het uitgangspunt.

Vervolg op de uitspraken van het CRB?
De gemeente laat binnenkort extern onderzoek doen naar de omvang en invulling van de basismodule. Het streven is dit onderzoek eind augustus as af te ronden, zodat hierover duidelijkheid is vóór de invoering van het nieuwe beleid (2 uur ipv 1 ½ uur per maand). De ACO wil hiervan op de hoogte gehouden werden, hetgeen wordt toegezegd.

Conclusies
–  Nog steeds is er bij veel mensen onduidelijkheid en onbegrip over de mate waarin hulp bij het huishouden kan worden verkregen
–  De noodzaak van goede voorlichting blijft
–  Verwachtingspatronen moeten sporen met de werkelijkheid; meer duidelijkheid in het
‘huishoudplan’ over welke huishoudelijke werkzaamheden worden verricht
–  Het systeem van de eigen bijdrage roept bij betrokkenen nog veel vragen op
–  De eigen bijdrage-problematiek (in brede zin) behoeft meer aandacht
–  ACO wordt door de gemeente op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen mbt Hulp bij het Huishouden en de onderbouwing van de 1 ½ uur huishoudelijke hulp in de basismodule naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, zodat de ACO hierop kan reageren