Themabijeenkomst ‘Strijd tegen eenzaamheid’ (februari 2016)

ACO-themabijeenkomst op 17 februari 2016

         ‘Strijd tegen eenzaamheid’

Onderzoek in Utrecht (stad) heeft uitgewezen dat 35% van de inwoners zichzelf als matig tot ernstig eenzaam ziet. Dat zijn meer dan 100.000 mensen. Onder ouderen is dit percentage zelf 46% waarvan 12% ernstig eenzaam is. Eenzaamheid is een complex probleem, en de aanpak en oplossingen zijn dan ook ingewikkeld en divers. Dat is de aanleiding voor deze themabijeenkomst.
In Rotterdam waar de eenzaamheid sterker is, loopt het actieprogramma ‘Voor Mekaar’ (2014-2017). De ACO wilde graag kennis nemen van de bevindingen tot nu toe. Ook in Utrecht zijn interessante initiatieven. Welke lering kan hieruit voor Utrechtse aanpak worden getrokken?

Gastsprekers:
– Mw. M. de Vries, projectleider actieprogramma ‘Voor Mekaar,’ gemeente Rotterdam
– Dhr. M. Sangers, projectleider ‘Tienstratenplan Kanaleneiland,’ Nationaal Ouderenfonds

Rotterdamse aanpak
Actieprogramma ‘Voor Mekaar’
Het percentage Rotterdammers dat zich matig tot ernstig eenzaam voelt, is hoger dan in Utrecht, namelijk ongeveer 49%. Dat is bijna de halve stad, concludeert mevrouw De Vries. Daar heeft Rotterdam het actieprogramma ‘Voor Mekaar’ voor ontwikkeld, maar er was ook nog een andere, pijnlijke aanleiding: ongeveer tien jaar lang lag er een overleden inwoonster in haar huis. Niemand had haar gemist. Allen herinneren zich de krantenberichten hierover nog wel. Politiek was er grote steun voor een aanpak van eenzaamheid. Die steun was en is erg belangrijk.
Het Rotterdamse actieprogramma heeft tot doel de groeiende eenzaamheid te keren door een cultuuromslag. Het kent een brede publiekscampagne om aandacht te trekken voor eenzaamheid en op de agenda te zetten. Ook om mensen naar elkaar te laten kijken én om ouderen te activeren. Het programma richt de meeste aandacht op ouderen (65+). In het bijzonder op bepaalde wijken waar het hoogste percentage ouderen zonder sociaal netwerk woont. Het signaleren van isolement is een belangrijke strategie, naast het versterken van de onderlinge aandacht.
De campagne is in 2015 begonnen en slaat aan. Naar het voorbeeld van het ‘Opzoomeren’ (ook een Rotterdamse vondst) zijn er ‘lief en leedstraten’ gevormd, met een competitie-element: uitreiking van een Award voor de meest actieve straat en slimme oplossingen. Er wordt een mooi magazine gemaakt voor 65-plussers, waarin de campagne onder de aandacht wordt gebracht. Er zijn publicaties in wijkkranten, er worden wijknetwerkbijeenkomsten en dialoogtafels in de wijk georganiseerd. Zie voor alle informatie de website ‘www.Ik laat je niet alleen’.
De gemeente steekt in drie jaar 6 miljoen euro in de strijd tegen eenzaamheid. Lokale samenwerking is gezocht met onder meer de Rotterdamse tak van de Coalitie Erbij en Opzoomer Mee.

Talent en kennis als vrijwilliger inzetten
Alle Rotterdammers die de AOW leeftijd bereiken, krijgen een pakket toegestuurd met informatie hoe zij actief kunnen zijn in de wijk of bij vrijwilligersorganisaties. Het project ‘Opzoomer Mee’ stimuleert activiteiten en de onderlinge burencontacten via de Lief en Leedstraten. Talent en kennis kunnen ouderen inbrengen. In de straten die ‘Opzoomeren’ geven mensen elkaar – zo blijkt – veel meer hulp en zorg omdat zij elkaar kennen. Zo worden ouderen betrokken bij initiatieven in de wijk en zo nodig kan hulp in gang gezet worden. Want ouderen hebben, met hun enorme kennis en ervaring, ook veel te bieden.
Huisbezoeken 75+ door vrijwilligers
Belangrijk onderdeel van het programma vormen de huisbezoeken aan 75-plussers.
Mevrouw De Vries vertelt dat Rotterdam ongeveer 40.000 zelfstandig wonende 75-plussers heeft; de verantwoordelijk wethouder wil dat zij elk jaar één keer worden bezocht. Voor het bezoek aan mensen van niet-Nederlandse origine zoekt men sleutelfiguren uit de betreffende gemeenschappen. Het komt ook wel voor dat kinderen bij het huisbezoek aan de oudere aanwezig zijn. Mevrouw De Vries wijst erop dat het aantal migranten onder deze groep niet zo groot is omdat veel Rotterdamse migranten nog geen 75 jaar zijn. Ongeveer 70% van de huisbezoeken vindt plaats bij autochtone
Nederlanders.

Wijkniveau
Als je echt iets voor kwetsbare ouderen wilt doen, dan moet dat op wijkniveau, geeft mevrouw De Vries aan. Huisbezoek aan 75-plussers wordt in Rotterdam dan ook verzorgd door vrijwilligers uit de wijk. Ook worden er voor iedere wijk papieren activiteitengidsen gemaakt.

Doorbreek het taboe
Eenzaamheid is nog steeds een taboe. Mensen vinden het moeilijk om te erkennen dat zij niet zo’n groot netwerk hebben, en vinden het vaak ook moeilijk om hulp te vragen. Er speelt niet alleen een vraagverlegenheid, maar ook een handelingsverlegenheid. Hoe vraag je of iemand eenzaam is en wat doe je dan? Binnen het project ‘Voor Mekaar’ wordt geprobeerd dit bespreekbaar te maken. Ook in de training aan de vrijwilligers wordt hieraan veel aandacht besteed.
Prof. dr. Anja Machielse, hoogleraar Empowerment van kwetsbare ouderen bij de Universiteit voor Humanistiek, heeft een training voor vrijwilligers ontwikkeld en verzorgt deze ook.
De wijkvrijwilligers halen informatie bij ouderen op. Alle input wordt bekeken door een team van deskundigen. De voorlopige tussenstand is dat het best goed gaat met Rotterdamse ouderen; velen blijken vervolgvragen te durven stellen, zoals bijvoorbeeld om hulp met vervoer of met boodschappen doen, of om hulp bij kleine klusjes in huis. Anderen vragen om een ‘maatje.’ Degenen die zwaardere zorg nodig hebben, krijgt deze ook.

Resultaat tot nu toe
• Op basis van 551 huisbezoeken aan 75-plussers zijn 144 vervolgacties ingezet (30%), zoals maatjes, vervoer, activering, klussendienst, boodschappendienst. En er zijn 19 mensen die zwaardere zorg krijgen via het wijkteam.
• Het thema eenzaamheid is in het vizier bij netwerkpartners in de wijk
• Er is een overzicht voor senioren in de wijk
• Partijen kennen elkaar en weten elkaar beter te vinden
• Witte vlekken in het aanbod zijn in beeld gekomen

Vervolg
In 2016 worden 15 nieuwe wijken in het programma  betrokken.
In Rotterdam nemen de welzijnsorganisaties de activiteiten over die ‘Voor Mekaar’ in gang heeft gezet.
De  projectorganisatie werkt overigens ook nauw samen met de Coalitie Erbij.

Situatie in Utrecht
Tien-stratenplan in Utrecht van het Nationaal Ouderenfonds
Dhr. Sangers vertelt dat dit succesvolle initiatief is ontstaan in Utrecht. Het is door een vrijwilliger bedacht; die is het gewoon gaan doen.
Het idee is simpel: een buurt of wijk wordt verdeeld in tien straten. Voor iedere straat wordt een straatcoördinator aangesteld. Deze straatcoördinator weet actief eenzame ouderen in zijn of haar straat op te sporen, contact te leggen en te onderhouden. De coördinator bekijkt samen met de oudere hoe de eenzaamheid kan worden teruggedrongen. Dat kan van alles zijn: van wekelijks een kopje koffie drinken met iemand tot aan hulp bij het boodschappen doen of sociale activiteiten in groepsverband zoals sporten of breien.
De vrijwilligers die in dit project meedoen, worden getraind en ondersteund door een lokaal team. Er wordt regelmatig onderling overleg gehouden.
In Transwijk en Overvecht loopt het project al; Zuilen volgt binnenkort.
Zie voor meer informatie de website van het Nationaal Ouderenfonds (www.ouderenfonds.nl/wat-doen/projecten/tien-stratenplan/).

Overige initiatieven
In Utrecht zijn er diverse initiatieven ter vermindering/voorkoming van eenzaamheid; deze zijn echter nogal versnipperd zijn en niet bij iedereen bekend.
Wijk-/buurtgidsen zou een belangrijke aanvulling zijn om ouderen bekend te maken met activiteiten en mogelijkheden. Ook zou voor informatieverspreiding beter gebruik gemaakt kunnen worden van natuurlijk plekken waar veel ouderen komen. Op die manier zouden mensen ook gemakkelijk met elkaar in contact kunnen komen. Te denken valt aan bijvoorbeeld aan supermarkten.

Zou de gecoördineerde Rotterdamse aanpak ook in Utrecht kunnen werken?
De aanwezige raadsleden denken van wel, mits er goed op het tegengaan van versnippering wordt gelet. De gemeente Utrecht werkt aan de vorming van het Platform Vitaal Oud in Utrecht, en kent ook al het Netwerk Informele Zorg. Dubbels moet worden voorkomen, zo wordt erkend. Coördinatie  en afstemming is nodig.
Een gebiedsgerichte en samenhangende aanpak wordt echter door aanwezigen gemist.

Conclusies
– oudere migranten in Utrecht hebben in het bijzonder speciale aandacht nodig
– het taboe dat op eenzaamheid en isolement rust, moet worden doorbroken. Dialogen zijn hiervoor een goed middel.
– goede training en ondersteuning van vrijwilligers is belangrijk
– gebieds-/wijkgerichte aanpak van eenzaamheid is essentieel en behoeft versterking
– het per wijk/buurt opstellen van bij voorkeur papieren informatiegidsen is noodzakelijk; daarmee zou het gemis aan informatie bij ouderen op dit moment zeker kunnen opvullen. Actueel houden
van informatie is daarbij essentieel.
– een stuwende politieke kracht is onmisbaar bij een succesvolle aanpak van eenzaamheid.