Interview met voorzitter ACO – 30 jarig bestaan ACO

In 1984 is de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid (ACO) opgericht. Reden voor een interview met de – inmiddels vierde- voorzitter over haar drijfveren en achtergrond, maar ook over de ACO en de toekomst na 30 jaar. Wij laten mr. Mieke (M.M.) van der Burg aan het woord. “Ruim anderhalf jaar ben ik nu voorzitter van de ACO. Er gaat eigenlijk geen dag voorbij zonder dat er iets is van, over of met de ACO. Een ACO-bijeenkomst, een vergadering met het Dagelijks Bestuur, gesprekken of vergaderingen elders, het bijwonen van bijeenkomsten of symposia van andere organisaties, het schrijven van  adviezen, brieven en e-mails en veel telefoontjes. De ACO houdt mij zo’n 2 dagen per week ‘van de straat’. Overigens met veel plezier. Anders zou ik dit vrijwilligerswerk ook niet volhouden”.

Stem van de ouderen in Utrecht
“Mijn motivatie om destijds te solliciteren naar deze functie was dat ouderen op gemeentelijk niveau te weinig aandacht krijgen, terwijl de groep groeit en de decentralisatie in aantocht was. Daarop invloed uit te oefenen als ‘stem van de ouderen’, door een officieel door de gemeente ingestelde commissie, trok mij zeer. Bovendien vond ik het leuk om weer iets in en voor Utrecht te doen. Al mijn andere activiteiten lagen – en liggen ook –  op landelijke of regionaal niveau. Utrecht ken ik bovendien goed. Ik woon er al 33 jaar en heb hier rechten gestudeerd. Bovendien was mijn moeder een geboren en getogen Utrechtse, zodat ik al vanaf mijn eerste jaar zeer regelmatig in Utrecht kwam, op bezoek bij mijn grootouders en familie. En tenslotte heb ik 16 jaar als ambtenaar gewerkt bij de gemeente Utrecht – na Amsterdam – op het gebied van ruimtelijke ordening en vooral met stadsvernieuwing. Als Stadsvernieuwingscoördinator, als wijkmanager en tenslotte als adjunct-directeur van de Dienst Wijkbeheer en Stadvernieuwing”.

Wijk- en buurtgericht
“Het ‘wijkgericht werken‘ was een van mijn stokpaardjes. In 1982 heb ik daarover aan het College een advies geschreven met als argument dat de gemeente alleen zichtbaar, bereikbaar en beïnvloedbaar is op het niveau van de wijk, de buurt. Het idee van wijkbureaus is toen geboren! Het was schokkend, voor het college en vooral voor de gemeentelijke diensten. Na veel praten wist ik mensen van het goede te overtuigen en enige jaren later mocht ik samen met anderen – o.a. met oud wethouder Frits Lintmeijer – de Dienst Wijkbeheer en Stadsvernieuwing en daarbij de wijkbureaus oprichten. Al snel daarna werd ik gekozen als lid van de Tweede Kamer. Echt, het mooiste werk wat je kan doen! Voor het zgn. homohuwelijk heb ik mij met hart en ziel én strategische kennis met succes ingezet. Dit was een van de zeer vele activiteiten. Het werk in de Tweede Kamer doet wel een aanslag op je privéleven. Na twee periodes heb ik mij niet meer herkiesbaar gesteld en heb mij gericht op alternatieve geschillenbeslechting, onder anderen als vicevoorzitter van de voorheen Commissie Gelijke Behandeling, nu College voor de Rechten van de Mens”.

Terugdraaien bezuiniging
“Weer terug te zijn in het Utrechtse en het werk voor de ACO geeft mij veel plezier. De start was goed: de bezuiniging van 1/3 van ons budget heeft de Raad via een motie weer ongedaan gemaakt. Een noodzakelijk en groot succes! Onze activiteiten konden met schwung worden voortgezet. En dat gebeurde ook. Wat mij iedere keer weer treft, is de grote betrokkenheid en enthousiasme van de ACO-leden! Dat stimuleert mij enorm, evenals de uitstekende en positieve ondersteuning door Hanneke Rebel! Voor mij zijn twee dingen belangrijk: Hoe blijft de netwerk- of platformfunctie van de ACO op een goede manier in stand en hoe kan deze nog aan waarde winnen? En hoe krijgt de ACO – waar mogelijk met zusterorganisaties – de meeste invloed op (plannen van) het college? Geen gemakkelijke vragen, geen gemakkelijke oplossingen”.

Succesvolle themabijeenkomsten
“De ACO bijeenkomsten bieden nu meer ruimte voor uitwisseling van ervaringen en informatie. Verder hebben deze bijeenkomsten inmiddels meer het karakter gekregen van een themabijeenkomst dan van een vergadering. Het afgelopen jaar zijn er 11 thema’s uitvoerig belicht meestal door mensen ‘van buiten’. Wethouders, de burgemeester, vertegenwoordigers van de gemeente, welzijns-en zorginstellingen, universiteit,politie en dergelijke. Deze bijeenkomsten worden goed voorbereid door ACO-leden, dat ook weer de betrokkenheid van leden vergroot. Voor deze wijzigingen hebben we in september vorig jaar gekozen en dat voldoet goed. Bovendien proberen we via publicatie en uitnodigingen meer mensen van buiten te betrekken. Zo verschijnen er steeds meer raadsleden en vertegenwoordigers van andere organisaties op de ‘publieke tribune’. Daardoor worden ook weer contacten verstevigd en het onderwerp ouderen op de agenda gezet. Een succesvolle ontwikkeling! Deze bijeenkomsten leiden bovendien ook vaak tot (ongevraagde) adviezen aan het college”.

Jaarlijks negen adviezen
“In 2014 zijn – zoals gebruikelijk – negen adviezen uitgebracht. Hier zit wel een zorgpunt: krijgen deze adviezen voldoende weerklank? Te vaak is sprake van ongevraagde adviezen, te vaak ontbreekt enige reactie van het College, terwijl de ACO officieel als adviesorgaan van het College is ingesteld en waarvoor wethouders en de burgemeester veel waardering hebben uitgesproken. Inmiddels worden ACO-adviezen alleen nog uitgebracht na een gesprek met wethouders en ambtenaren. Dat is nog niet voldoende, zeker niet nu het College haar beleid niet meer in nota’s wil vastleggen en stadsgesprekken tot hét inspraak-/adviesmedium heeft verklaard. En bovendien is vanaf 2016op alle bestaande adviescommissies, cliëntenraden en gesubsidieerde organisaties een forse bezuiniging gelegd”.

Hoe gaat het nu verder met de ACO, met de ‘stem van de ouderen’?
“Deze vraag zal alle ACO leden de komende tijd bezig houden en mij niet in het minst. Het wordt een spannende, maar ook een leuke tijd. Ik houd wel van veranderingen, mits het verbeteringen zijn. Essentieel blijft voor mij dat –voor welke organisatorische vorm dan ook wordt gekozen- de stem van ouderen flink wordt gehoord. Mijn motivatie van destijds geldt nog onverkort. Verder zal wijk/buurtgerichtheid een duidelijke(r) plaats moeten krijgen. Op dat niveau kan immers het beste afstemming plaatsvinden van vragen en behoeften van ouderen en aanbod van voorzieningen, huisvesting etc. Dit betekent overigens niet dat er geen zaken spelen en beleidsbeinvloeding moet plaatsvinden op stedelijk of regionaal niveau. We moeten blijven ‘schaken’ op verschillende niveaus! Ook de netwerkfunctie die de ACO heeft, moet een plaats krijgen. De komende tijd zal binnen de ACO en met andere organisaties veel en intensief worden gesproken. Het onderzoek dat de ACO,  samen met Saluti en de adviescommissie LHBT heeft laten  verrichten naar advies- participatiestructuren in andere gemeenten zal hierbij zeker behulpzaam zijn. Na 30 jaar staat de ACO op een kruising. Welke weg willen wij inslaan? Welke weg is het meest effectief? Onder welke voorwaarden? Ik roep iedereen op de komende maand(en) mee te denken!”