Inbreng vanuit de Adviescommissie voor het Ouderenbeleid voor het verkiezingsprogramma 2018

Leidraad voor ACO inbreng voor Verkiezingsprogramma’s
“Utrecht, inspirerende stad voor jong en oud!” (juli 2017)
Utrecht is een aantrekkelijke stad met een grote diversiteit aan inwoners, voorzieningen en mogelijkheden. Een stad waar jongeren, starters, gezinnen met kinderen én ouderen willen wonen. Een stad die – omgekeerd – ook bewoners met diverse achtergronden en van alle leeftijden ook nodig heeft om aantrekkelijk te blijven.
Ouderen dragen bij aan de stad met veel vrijwilligerswerk, mantelzorg, als drijvende krachten bij bijvoorbeeld sportverenigingen etc.. Sommige culturele activiteiten ‘draaien’ zelfs op ouderen. Zij hebben vaak met meer tijd en geld.
Bovendien hebben ouderen levenservaring die van belang is voor anderen, voor jongeren. Daarom is het belangrijk om ouderen voor én in de stad te houden! Jonge en oudere ouderen, actieve en meer afhankelijke ouderen, met een dikke en smalle beurs, met een Nederlandse afkomst of van elders.

‘De oudere bestaat niet’. Wie zijn eigenlijk ‘de ouderen’? Wat willen zij?
De oude slogan: ‘Je bent zo oud als jij je voelt’ geeft goed weer dat ‘de oudere’ niet bestaat. Het is merkwaardig dat bij velen er onbewust nog steeds het beeld leeft van ziek, zwak en misselijk, van mensen die geholpen moeten worden, van mensen die rust. willen en eigenlijk niet in de binnenstad willen/kunnen wonen. Terwijl iedereen vanuit zijn/haar omgeving weet dat ouderen niet de ouderen van vroeger zijn die vanaf hun pensioen uitkeken naar een verzorgingshuis. Dat is verleden tijd. De huidige 60 jarigen zijn de 40-ers van vroeger en de huidige 70-jarigen de 50-ers van vroeger etc. En toch blijven deze stereotype beelden over hulpbehoevende ouderen hardnekkig bestaan.
Zelfregie en zelfredzaamheid is bij veel ouderen aanwezig. Juist de overheid moet dit stimuleren door randvoorwaarden te creëren waardoor ouderen de zelfregie ook kunnen pakken. Geen afwachtende overheid, maar een inspirerende overheid!

Wel zijn er verschillen per wijk/buurt, grote verschillen zelfs. Dat hangt samen met opleiding, verschil in inkomen, kansen in de samenleving etc. Deze tweedeling moet worden tegengegaan. Geen standaardoplossingen dus, maar meer maatwerk en inspelen op de wensen, behoefte en ook de kracht van ouderen zelf. Ook meer wijk/buurt gericht.
De diversiteit onder ouderen is groter dan in welke leeftijdsgroep dan ook.
Maatwerk is daarom nodig, daarbij uitgaande van de behoefte, wensen en kracht van ouderen zelf!

Utrechtse samenleving transformeert
Utrecht groeit sterk de komende decennia. Het aantal mensen boven de 60 verdubbelt
(ca. 70.000 in 2040). Deze groep groeit harder in Utrecht dan welke andere leeftijdsgroep. Landelijk stijgt het aantal tot 25%. Het aantal ouderen (60+) in Utrecht groeit tot ruim 20%.
Zo’n aantal verandert de samenleving drastisch. Ook de Utrechtse samenleving.
Zeker omdat ouderen langer actief zijn, zo lang mogelijk zelfstandig thuis moeten en willen blijven wonen. Ook het landelijk en Utrechts beleid is hierop gericht. Intramurale zorg is nog slechts beschikbaar voor mensen met een zware zorgvraag.

Deze fundamentele wijziging betekent niet alleen een verandering van wonen en zorg. Het zelfstandig thuis blijven wonen tot opname in een verpleeghuis onontkoombaar is, verandert in wezen de hele samenleving, op alle aspecten, op alle terreinen. Gesproken kan worden van een transformatie.
Ouderen nemen meer de eigen regie in handen en nemen (actief) deel aan de samenleving. Maar hoe krachtig mensen ook zijn, in de loop van de jaren vermindert deze kracht. Afhankelijkheid neemt toe, mobiliteit neemt af, na ziekte of ongeval is het herstel langzaam en minder goed etc.. Wanneer en de wijze waarop deze ‘overgangsperiode’ verloopt, verschilt per persoon. bij de een sneller, dan bij de ander. Opleidingsniveau, woonomgeving en sociale contacten spelen hierbij een belangrijke rol.

Met name op deze fase moeten ouderen zelf, maar ook de samenleving, maatschappelijke organisaties én de lokale overheid inspelen, nog meer dan in de afgelopen 4 jaar! Daarbij is ons adagium:
Behoud ouderen voor én in de Utrechtse samenleving, zorg voor geschikte woningen.

Kort gezegd:
De groep ouderen (60+) in Utrecht verdubbeld de komende decennia (ca. 70.000 in 2040. Zij blijven zelfstandig wonen en leven, dragen op allerlei wijzen bij aan de kwaliteit van de stad. Een meerwaarde waardoor de kwaliteit van de stad wordt verhoogd. Geef extra aandacht aan deze groep in alle facetten van beleid zodat zij Utrecht versterken!

Centraal staat de vraag:
- Wat moet er op lokaal niveau de komende jaren gebeuren om de toenemende groep
senioren voor de stad te behouden?
Of anders gezegd:
- Aan welke voorwaarden moeten de stad, de wijken voldoen om ouderen werkelijk
zelfstandig te laten wonen en actief te laten mee doen aan de samenleving?

1. Integrale benadering, ook politiek!
Wonen is – zeker naar mate men ouder wordt- meer dan een woning. Als je jong bent en studeert, maken de woning en de situering niet veel uit. Werk staat immers centraal en als er kinderen zijn, de nabijheid van school etc.. Naar mate men ouder wordt – en zeker als het ‘werkzame leven’ is beëindigd – komt de woning en de woonomgeving steeds meer op nummer een te staan. Sterker nog, ouderen zijn veel meer dan jongeren/werkenden afhankelijk van de kwaliteit van de woning en de directe woonomgeving, van de buurt voor sociale contacten, van welzijns-en zorgvoorzieningen, winkels in de nabijheid én zeker van toegankelijk, maar ook bereikbaar openbaar vervoer. Daarbij moet worden beseft dat de actieradius voor veel ouderen in de loop van de jaren in het algemeen steeds kleiner wordt. Houdt daarom rekening met ‘rollator afstand’=350 meter.
In toenemende mate wordt bij ouder het merendeel van de dag doorgebracht in en om de woning. De kwaliteit en de bereikbaarheid van de hiervoor genoemde voorzieningen bepalen steeds meer de kwaliteit van leven.
Dit vergt een samenhangende benadering, een samenhangend beleid van de gemeente op wijk/buurtniveau. Een benadering waarbij het wonen centraal staat en vandaaruit een veilige en levensloopbestendige woonomgeving, voldoende en goed bereikbare en beschikbare voorzieningen en ontmoetingsruimten, die de sociale contacten bevorderen.
Daarom pleit de ACO voor:
Een samenhangende aanpak, ambtelijk én politiek: een coördinerende wethouder.

2. Toegankelijke informatie
De afgelopen jaren is digitale informatie hard toegenomen, ook bij de gemeente. Op zich begrijpelijk en gemakkelijk. Toch is alom bekend dat een groep inwoners dit niet kan bijbenen (ca. 30%) door geen of beperkte taal- en computervaardigheden.
Hoe groot de groep precies is, weet niemand, maar dat ouderen een niet gering deel hiervan uitmaken, dat staat vast.
Aan de andere kant is er een groot aanbod van activiteiten voor ouderen om dit gat op te vullen. De bekendheid van deze en andere goede initiatieven schiet echter te kort. Dat vermindert de participatie en versterkt o.a. de eenzaamheid. Ook kan gebrek aan informatie leiden tot verslechtering van de inkomenssituatie omdat men regelingen misloopt die juist voor hen zijn bedoeld.
Daarom pleit de ACO voor:
- het creëren door de gemeente van een informatiepunt per wijk, zowel fysiek, als telefonisch bereikbaar, waar ouderen (maar ook anderen) terecht kunnen met vragen (in welke taal dan ook) over activiteiten en gemeentelijke regelingen (armoederegelingen), computerhulp, goedkope eetgelegenheden, wandelgroepen, voorzieningen enzovoort, enzovoort. Een soort wijk-VVV.

3. Voor zelfstandig wonen is meer nodig dan een dak boven je hoofd
Een woning is voor veel ouderen – en ook voor mensen met een beperking -   een plek/een thuis waar mensen zich veilig en krachtig voelen. Ouderen en vooral zorgbehoevende ouderen verblijven steeds meer tijd in hun woning en in hun directe leefomgeving. Hun wereld wordt ‘sluipenderwijs’ steeds kleiner. De afhankelijkheid van de kwaliteit van de woning en de leefomgeving neemt daarom toe.

Essentieel is natuurlijk een goed toegankelijkheid van de woning en voldoende ruimte in de woning om adequate zorg te krijgen (levensloopgeschikt). Maar ook een inspirerende woonomgeving, ontmoetingsmogelijkheden, voorzieningen incl. vervoersmogelijkheden zijn onontbeerlijk voor ouderen om ‘automatisch’ te blijven participeren in de buurt/wijk en stad Utrecht. Om sociale contacten te behouden en nieuwe te krijgen. Randvoorwaarden die ‘als vanzelf’ uitnodigen tot zelfstandigheid, het houden van de eigen regie en participatie versterken.
Bij elke bouwontwikkeling moet daarom bij een Stedelijk Programma van Eisen (St.PvE), ook een Maatschappelijk PvE komen.

Woonservice zones of ‘Welkome wijken’ per wijk moeten weer nieuw leven worden ingeblazen. Vanaf 2019 moet vanwege de inwerkingtreding van de Woonomgevingswet bovendien voor iedere wijk een woonomgevingsvisie worden ontwikkeld samen met bewoners. Combineer deze zaken in een visie waarin tegelijk de woningbehoefte van ouderen goed en concreet in beeld worden gebracht en vraag en aanbod op elkaar kan worden afgestemd.

Daarom pleit de ACO voor:
- Het opnemen van een Maatschappelijk PvE bij een Stedelijk PvE bij het ontwikkelen van bouwlocaties op geschikte locaties.
- Breidt de binnenkort verplichte ‘Woonvisie’ uit naar een woon-voorzieningen-omgevingswijzers (WVO-wijzers) voor iedere wijk, met aandacht voor verschillen in achtergrond/cultuur van ouderen.

Concrete voorstellen
Het ACO-pleidooi om integraal afwegingen te maken en beleid te ontwikkelen zal niet op korte termijn zijn effect hebben.
Daarom vragen wij ook aandacht voor diverse  concrete onderwerpen om problemen te voorkomen die de komende jaren aandacht vragen.

Wonen: Voer motie 2015/39 echt uit!
-  Geef locaties in het Meerjaren Perspectief Stedelijke Ontwikkeling (MPSO) aan die geschikt  voor huisvesting voor ouderen, met zorgmogelijkheid. (KANSENKAART SENIOREN)
- Werk plannen voor deze locaties uit met bewoners/initiatiefgroepen etc.
- Stimuleer wooninitiatieven van bewoners (voer motie 2015/39 uit).
- Verplicht een Maatschappelijk PvE bij het StPvE’s voor deze locaties en stel deze op met betrokkenen/betrokkenorganisaties (ouderen, ACO, COSBO, Solgu (MNU ) e.d).
- Verplicht woningcorporaties en andere bouwers tot toegankelijk (ver)bouwen zowel in
als naar de woning en woonomgeving.(recente nieuwbouw is nog steeds niet voor iedereen  toegankelijk). Voer motie 39 uit!
- Verduidelijk daarvoor de definities van rollator en rolstoeltoegankelijkheid en levensloopbestendigheid/-geschiktheid) samen met betrokken organisaties en woningcorporaties.  (eenduidigheid van begrippen is nodig!)
- Stel een toegankelijkheidspanel of zo in die alle plannen én de uitvoering op
toegankelijkheid beoordeelt en bewaakt
- Stimuleer (ook jongere) ouderen na te denken over hun woontoekomst/-carrière).Breid
daarvoor keukentafelgesprekken over Hulp bij het Huishouden uit met  component wonen.
- Bouw woningen flexibel zodat deze geschikt (te maken) zijn ook voor andere bewoners.
- Kom met een Verhuisadviseur voor alle senioren (huur en koopsector).
- Onderzoek de noodzaak en mogelijkheid van de ‘Blijvers-lening’ voor ouderen die hun woning willen aanpassen.
- Onderzoek versimpeling/verduidelijking/versnelling van aanvraagprocedures voor woningaanpassingen binnen en buiten de WMO.

Woonomgeving/participatie
- Organiseer ‘buurtschouwen’ om obstakels voor mensen die slecht ter been zijn uit de weg te ruimen of te voorkomen en kom met/behoud een budget hiervoor per wijk.
- Creëer leestafels ter versterking van de saamhorigheid
- Plaats bankjes om bij een wandeling even te kunnen uitrusten (plan deze samen met bewoners; zij weten waar deze nodig zijn; te koppelen aan de ‘ buurtschouw’).
- Maak buitenontmoetingsplaatsen: jeu de boules-banen, permanente speeltafel (dammen, schaken, mens erger je niet of ganzenbord), buitentoestellen voor simpele oefeningen
- Verbeter de straatverlichting (om veilig over straat te kunnen)

Zorg/welzijn/participatie
- Voorkom wisselingen door periodieke aanbestedingen; kennen en gekend worden is van belang voor alle wijk/buurtbewoners, vooral ouderen.
- Kom met andere vormen van ondersteuning van mantelzorgers (vanuit behoefte).
- Blijf aandringen op versterking van de bekendheid van Buurtteams.
- Creëer informatiepunt (VVV) bij plekken waar veel ouderen komen.
- Houdt de stedelijke specialistische ketenzorg, ook voor dementie in stand.
- Zorg voor meer bekendheid over (beginnende) dementie en opvang van mensen met dementie en hun partners/verzorgers; stimuleer/experimenteer met een dementievriendelijke wijk

Openbaar en aanvullend vervoer/participatie
- Voer 350 m grens (rollator afstand) in voor openbaar vervoer (en ander voorzieningen).
- Onderzoek de mogelijkheid van ‘sprinterbussen’ naast de snelle bussen (zoals bij de NS) of anders aanvullend maatwerkvervoer voor de wijk/buurt zoals buurtmobiel in Overvecht en ook zijn er  goede voorbeelden in andere gemeenten. (Het OV bedrijf financiert in diverse gemeenten aanvullend vervoer).

——————————————————————————————————————–